Naar boven ↑

Rechtspraak

bedrijf X/werknemer
Rechtbank Limburg (Locatie Roermond), 26 april 2023
ECLI:NL:RBLIM:2023:2771
Handhaving concurrentiebeding afgewezen. Geen overdracht specifieke bedrijfskennis en/of verlies klantenkring.

Feiten

Werknemer is op 1 maart 2019 in dienst getreden bij bedrijf X als tandtechnisch medewerker. Zijn arbeidsovereenkomst bevat een concurrentiebeding. Werknemer heeft zijn arbeidsovereenkomst bij werkgever opgezegd en is per 1 februari 2023 in dienst getreden bij bedrijf Y in dezelfde plaats. Bedrijf X heeft werknemer schriftelijk op de hoogte gebracht van het concurrentiebeding en hem gesommeerd om zich aan het beding te houden, aangezien bedrijf X van mening is dat werknemer het beding zal overtreden door in dienst te treden bij bedrijf Y. Bedrijf X vordert onder meer dat werknemer wordt veroordeeld om overtreding van het concurrentiebeding te staken.

Oordeel

De kantonrechter constateert dat werknemer gebonden is aan een relatiebeding en een concurrentiebeding. Hoewel werknemer beweert dat hij geen concurrerende werkzaamheden uitvoert, blijkt uit de feiten dat hij bij zijn nieuwe werkgever dezelfde werkzaamheden verricht als bij bedrijf X. De kantonrechter oordeelt dat het belang van bedrijf X bij het behoud van bedrijfsinformatie en klantenkring onvoldoende zwaarwegend is om een beroep te doen op naleving van het concurrentiebeding. Het staat vast dat werknemer een opleiding tot tandprotheticus heeft mogen volgen van bedrijf X. Dit betreft echter geen specifieke – bedrijfseigen – know how, maar enkel de algemeen toegankelijke kennis die iedereen verwerft die deze opleiding volgt. Bovendien staat vast dat werknemer de studiekosten heeft terugbetaald aan bedrijf X. Daarnaast overweegt de kantonrechter dat – gelet op de kleinschaligheid van de regio  – het op zo grote schaal overtreden van het relatiebeding dat het bedrijfsdebiet van bedrijf X zou worden aangetast (daar gaat het tenslotte om bij deze belangenafweging in het kader van het handhaven van een concurrentiebeding) – onvermijdelijk uit zal komen en dat werknemer voldoende klanten heeft in de regio zonder afhankelijk te zijn van de klanten van bedrijf X. De vordering van bedrijf X wordt afgewezen.