Naar boven ↑

Rechtspraak

werknemer/Werk & Ik B.V.
Rechtbank Amsterdam (Locatie Amsterdam), 23 juni 2023
ECLI:NL:RBAMS:2023:3904
Werknemer heeft onvoldoende gesteld om te kunnen aannemen dat de tijd die hij voor aanvang van zijn dienst aanwezig moest zijn (15 minuten) als werktijd heeft te gelden.

Feiten

Werknemer heeft van 23 maart 2015 tot 1 juni 2022 als uitzendkracht voor Werk & Ik gewerkt bij de afdeling Bagage Operational Support (BOS) op Schiphol. In zijn arbeidsovereenkomst staat dat deze een omvang heeft van 80 uur per 4 weken en dat de cao voor Uitzendkrachten van de NBBU van toepassing is. Werknemer vordert achterstallig loon voor de 15 minuten die hij gedurende de afgelopen vijf jaar eerder op het werk moest zijn. Werk & Ik heeft gereageerd dat deze 15 minuten niet als daadwerkelijke werktijd worden beschouwd.

Oordeel

Kern van het geschil is of het kwartier voorafgaand aan de overeengekomen aanvang van de diensttijd van werknemer als werktijd moet worden aangemerkt. Daarvoor is het noodzakelijk dat vast komt te staan wat van werknemer in dat kwartier verlangd werd, in hoeverre er sprake is geweest van een daadwerkelijk werkgeversgezag en hij instructies ontving van Werk & Ik gedurende dat kwartier voorafgaand aan de ingang van de dienst. Werk & Ik heeft een en ander gemotiveerd bestreden, zodat het op de weg van werknemer had gelegen om voldoende gedetailleerde feiten en omstandigheden te stellen en bij betwisting te bewijzen die steun bieden voor zijn stelling. Dat heeft werknemer onvoldoende gedaan, nu hij slechts in algemeenheden heeft gesproken. Zo heeft werknemer zijn stelling dat de aanwezigheid een kwartier voor aanvang een verplichting was, hetgeen Werk & Ik heeft bestreden, niet nader onderbouwd. In dit verband heeft hij nagelaten concreet toe te lichten dat daarop daadwerkelijk werd gehandhaafd en gesanctioneerd. Verder heeft werknemer geen voldoende concrete duidelijkheid gegeven over de beweerdelijke werkzaamheden die van hem in het kwartier werden verwacht. Zo heeft hij gesteld dat hij zich in die tijd moest omkleden en dat dit in verband met de beperkte ruimte wel lang duurde. Werk & Ik heeft daartegenover verklaard dat de medewerkers ook verkleed naar het werk konden komen, zodat dit geen aanknopingspunt biedt voor de stelling van werknemer. Ook zijn stelling dat hij zijn telefoon in dat kwartier niet mocht gebruiken, apparatuur gecontroleerd moest worden en hij een keer geschorst is, omdat de apparatuur het niet deed, is tegenover de betwisting van Werk & Ik niet vast komen te staan. Een concreet bewijsaanbod is namens werknemer niet gedaan. De vordering van werknemer wordt afgewezen.