Rechtspraak
Rechtbank Amsterdam (Locatie Amsterdam), 27 juni 2023
ECLI:NL:RBAMS:2023:3940
Feiten
Werkneemster is op 1 november 1999 in dienst getreden bij GVB Exploitatie B.V. (hierna: GVB) in de functie van conducteur tegen een brutomaandsalaris van € 2.425,81 bruto per maand exclusief vakantietoeslag. Een conducteur kan gratis servicekaartjes krijgen van zijn leidinggevende, die hij naar zijn oordeel mag weggeven maar niet mag verkopen. Volgens de interne werkinstructies mogen voor de verkoop van reguliere kaartjes in de tram daarnaast geen contante betalingen worden geaccepteerd. In december 2022 heeft werkneemster enkele toeristen misleid door hen vier servicekaarten als zijnde dagkaarten te verkopen tegen contante betaling zonder dit geld vervolgens aan GVB af te dragen. Toen de toeristen vervolgens wensten over te stappen, bleken hun dagkaarten servicekaarten te zijn die maar anderhalf uur geldig waren. De klachten van de toeristen zijn verwerkt in een proces-verbaal. Werkneemster heeft vervolgens een rijverbod gekregen. Op 27 en 29 december 2022 hebben partijen met elkaar gesproken. Werkneemster heeft daarin drie niet met elkaar corresponderende verklaringen omtrent het voorgevallene afgelegd. Het kwam erop neer dat werkneemster financiële problemen heeft. Werkneemster heeft later spijt betuigd van haar handelingen. Bij brief van 9 januari 2023 heeft GVB gemeld dat de handelswijze van werkneemster een dringende reden voor ontslag vormt, maar dat zij er uit redelijkheid, gelet op de persoonlijke omstandigheden (financiële problemen, lengte dienstverband, leeftijd en spijtbetuiging) van werkneemster, voor heeft gekozen ontbinding van de arbeidsovereenkomst te verzoeken bij de kantonrechter. Werkneemster verzoekt het besluit tot ontslag te heroverwegen, maar GVB komt niet op haar beslissing terug. GVB verzoekt de kantonrechter de arbeidsovereenkomst te ontbinden wegens ernstig verwijtbaar handelen.
Oordeel
Naar het oordeel van de kantonrechter leveren de door GVB naar voren gebrachte feiten en omstandigheden (ernstig) verwijtbaar handelen op. Werkneemster heeft in strijd met de werkinstructies van GVB gehandeld door tegen contante betaling tramkaartjes te verkopen voor eigen gewin. Ernstig te verwijten aan werkneemster is dat zij die kaartjes heeft verkocht aan reizigers, terwijl die reizigers niet de kaartjes hebben gekregen waarvoor zij hebben betaald en die zij mochten verwachten. Het is niet aannemelijk dat op dit punt sprake zou zijn van een misverstand aan de zijde van werkneemster. Zelfs in het geval zij niet bewust zou hebben gehandeld, is dit handelen aan werkneemster te verwijten. Gezien haar lange staat van dienst als conducteur (23 jr) mag van werkneemster worden verwacht dat zij weet hoe gratis kaartjes eruitzien. Op de gratis servicekaarten staat immers met grote letters “VRIJ”. De kantonrechter kan niet tot een andere conclusie komen dan dat werkneemster ernstig verwijtbaar heeft gehandeld. Haar verklaringen voor haar handelen zijn immers wisselend, niet logisch en vinden geen steun in de feiten en omstandigheden. Werkneemster heeft het door GVB en reizigers in haar gestelde vertrouwen beschaamd doordat zij GVB niet op juiste wijze heeft vertegenwoordigd en niet heeft gehandeld overeenkomstig de werkinstructies. De arbeidsovereenkomst wordt ontbonden wegens (ernstig) verwijtbaar handelen. Werkneemster heeft daarom geen recht op de transitievergoeding.