Naar boven ↑

Rechtspraak

Werkneemster/Kracht van Geluk B.V.
Rechtbank Noord-Holland (Locatie Haarlem), 14 juni 2023
ECLI:NL:RBNHO:2023:6696
Werkgever heeft onregelmatig opgezegd door arbeidsovereenkomst op te zeggen per de datum van twee jaar ziekte zonder toestemming UWV. Toewijzing gefixeerde schadevergoeding. Spoorwisseling ten aanzien van overige (neven)vorderingen verband houdende met toepasselijke cao.

Feiten

Werkneemster is sinds 1 december 2015 in dienst van Kracht van Geluk B.V. (hierna: KVG), laatstelijk in de functie van ondersteunend medewerker tegen een brutomaandsalaris van € 2.050. Op 29 januari 2021 is werkneemster arbeidsongeschikt geraakt waardoor zij sinds 1 mei 2021 slechts 70% van haar brutomaandsalaris ontvangt. Op 2 januari 2023 heeft KVG de arbeidsovereenkomst opgezegd tegen 1 februari 2023. Op 6 februari 2023 heeft werkneemster KVG gesommeerd tot betaling van het loon over januari 2023. Het UWV heeft in overleg met werkgever gekozen voor een vereenvoudigde WIA-aanvraag en aan werkneemster een WIA-uitkering toegekend voor de periode 27 januari 2023-26 januari 2025. Op 3 maart 2023 heeft werkneemster KVG in kort geding gedagvaard tot betaling van onder meer het loon over januari 2023. Op 6 maart heeft KVG het loon over januari 2023 aan werkneemster voldaan. Op 30 maart 2023 heeft het UWV aan KVG toestemming verleend om de arbeidsovereenkomst met werkneemster op te zeggen. Werkneemster verzoekt onder meer betaling van een gefixeerde schadevergoeding (€ 4.100) en wettelijke verhoging over het loon van januari 2023 (€ 717,50) alsmede een verklaring voor recht dat KVG de bepalingen van de cao Zeilmakerijen moet toepassen als gevolg waarvan KVG moet worden veroordeeld werkneemster op het juiste functieniveau met bijbehorend loon in te schalen.

Oordeel

De kantonrechter oordeelt als volgt. KVG heeft de arbeidsovereenkomst tegen 1 februari 2023 opgezegd, omdat werkneemster per die datum twee jaar arbeidsongeschikt was. Vast staat echter dat KVG pas op 30 maart 2023 de ontslagvergunning van het UWV heeft gekregen. KVG kon de arbeidsovereenkomst daarom pas vanaf 30 maart 2023 opzeggen, met inachtneming van twee maanden opzegtermijn. Nu zij de arbeidsovereenkomst eerder heeft beëindigd, is sprake van onregelmatig ontslag. Het verzochte bedrag ad € 4.100 bruto gefixeerde schadevergoeding wordt toegewezen. Ten aanzien van de wettelijke verhoging overweegt de kantonrechter als volgt. Vaststaat dat KVG het loon van werkneemster over januari 2023 niet tijdig, te weten pas na dagvaarding en op 6 maart 2023, heeft betaald. Van een gegronde reden voor deze vertraging is naar het oordeel van de kantonrechter niet gebleken. Dat sprake is geweest van een administratief misverstand en een periode van betalingsonmacht is onvoldoende onderbouwd. Het verzochte bedrag van € 717,50 (50% wettelijke verhoging) wordt toegewezen. Ten aanzien van de laatste twee vorderingen verband houdende met toepasselijke cao-bepalingen, heeft de kantonrechter ter zitting aan partijen voorgelegd dat hij deze niet als (neven)vorderingen ex 7:686a lid 3 BW zal behandelen. Omdat partijen het daarmee eens zijn, gelast de kantonrechter een spoorwissel.