Rechtspraak
Rechtbank Limburg (Locatie Roermond), 24 mei 2023
ECLI:NL:RBLIM:2023:3185
Feiten
Werknemer trad op 1 januari 1995 in dienst bij Christoffel Vastgoed B.V. als onderhoudsmedewerker. Op 22 augustus 2022 heeft werknemer zich ziekgemeld en sindsdien heeft hij 70% van zijn salaris als ziekte-uitkering ontvangen. Na de ziekmelding moest werknemer zijn bedrijfswagen en andere bedrijfseigendommen direct inleveren. Christoffel Vastgoed B.V. heeft geen bijtelling ingehouden op het salaris van werknemer. Op 10 november 2022 is werknemer door werkgever erover geïnformeerd dat de Belastingdienst had ontdekt dat hij in de jaren 2016, 2017 en 2018 € 9.408,18 te veel loon had ontvangen, en dat het bedrijf dit bedrag ging verhalen door een nettobedrag van zijn salaris in te houden vanaf november 2022. Werknemer vordert onder meer een verklaring voor recht dat Christoffel Vastgoed B.V. de door haar verschuldigde eindheffing in het kader van de opgelegde naheffing niet mag verrekenen met het loon van werknemer.
Oordeel
Christoffel Vastgoed B.V. stelt dat de naheffing voortvloeit uit het privégebruik van de bedrijfswagen door werknemer, waarvoor geen bijtelling op zijn salaris plaatsvond. Werknemer beweert dat het privégebruik was toegestaan en dat er afspraken waren gemaakt die een loonsverhoging vervingen. De kantonrechter oordeelt dat Christoffel Vastgoed B.V. onvoldoende bewijs heeft geleverd voor de naheffing en dat er geen schriftelijke afspraken zijn over het privégebruik. Bovendien heeft werkgever nooit eerder werknemer aangesproken op het privégebruik of een bijtelling toegepast. De kantonrechter oordeelt dat werkgever de mogelijkheid had om eindheffing te voorkomen, maar dat hij deze mogelijkheid niet heeft benut. Daarom kan werkgever het bedrag van de naheffing niet op werknemer verhalen.