Rechtspraak
Feiten
Werkneemster heeft een kleine twee jaar gewerkt als begeleider bij EPOS B.V. (hierna: EPOS), een ggz-instelling. Na een arbeidsovereenkomst voor de duur van een jaar en een verlenging daarvan, hebben partijen vanaf september 2022 gesproken over een mogelijke verlenging. Bij brief van 11 januari 2023 heeft EPOS aan werkneemster te kennen gegeven de samenwerking te beëindigen. Vervolgens hebben partijen contact gehad via e-mail en WhatsApp, waarbij werkneemster aanspraak heeft gemaakt op een aanzegvergoeding en een transitievergoeding. Werkneemster verzoekt de kantonrechter te oordelen dat EPOS deze twee vergoedingen moet betalen.
Oordeel
De kantonrechter oordeelt als volgt. De werkgever is een aanzegvergoeding verschuldigd als hij niet uiterlijk een maand voordat de arbeidsovereenkomst van rechtswege eindigt de werknemer schriftelijk informeert over het al dan niet voortzetten van de arbeidsovereenkomst. De gedachte hierachter is dat de werknemer op tijd weet of hij of zij uit moeten kijken naar een nieuwe baan. EPOS heeft aangevoerd dat zij tijdens een gesprek met werkneemster op 2 november 2022 een schriftelijk contractsvoorstel aanwerkneemster heeft overhandigd en dat zij daarmee aan haar aanzegplicht heeft voldaan. Dit contractsvoorstel heeft EPOS op verzoek van de kantonrechter bij akte in deze procedure gebracht. Werkneemster heeft betwist dat EPOS het contractsvoorstel aan haar heeft overhandigd. Volgens werkneemster heeft zij het contractsvoorstel waar EPOS naar verwijst überhaupt nooit onder ogen gekregen. Omdat werkneemster heeft betwist dat zij het contractsvoorstel van EPOS overhandigd heeft gekregen, kan de kantonrechter niet vaststellen dat EPOS werkneemsterschriftelijk duidelijkheid heeft gegeven over het voortzetten van de arbeidsovereenkomst, en dus of EPOS aan haar aanzegplicht heeft voldaan. EPOS heeft aangeboden om door middel van getuigen te bewijzen dat zij het contractsvoorstel aan werkneemster heeft overhandigd. De kantonrechter zal EPOS daartoe in de gelegenheid stellen.