Rechtspraak
Gerechtshof Amsterdam (Locatie Amsterdam), 20 juni 2023
ECLI:NL:GHAMS:2023:1494
Feiten
Werkneemster is per 7 januari 2019 in dienst getreden van werkgeefster in de functie van verhuurmedewerkster. Op 25 juni 2020 heeft werkgeefster een anonieme brief ontvangen, waarin is vermeld dat werkneemster woningen verhuurt aan criminelen en daarvoor een vergoeding vervangt. De woningen zouden worden gebruikt voor o.a. drugopslag en het telen van wiet. In een eerste intern onderzoek zijn geen aanwijzingen gevonden dat werkneemster betrokken was bij verhuur aan henneptelers. De politie is op vier data woningen binnengetreden van werkgeefster en heeft (resten van) hennepkwekerijen aangetroffen. Bij de verhuur is werkneemster als verhuurmedewerkster betrokken geweest. Uit een vervolgonderzoek van werkgeefster is gebleken dat werkneemster vijf woningen buiten de reguliere procedures en het digitaal systeem VHO om namens werkgeefster heeft verhuurd. Op 10 februari 2021 heeft werkgeefster werkneemster geconfronteerd met haar bevindingen. Tijdens een schorsing heeft werkneemster gegevens van haar mobiel en tablet verwijderd. Werkneemster is op non-actief gesteld. Werkgeefster heeft een onafhankelijk forensisch onderzoeksbureau ingeschakeld. Dat heeft diverse onregelmatigheden aangetroffen bij de verhuurdossiers van werkneemster. Werkgeefster heeft werkneemster op staande voet ontslagen. Werkneemster heeft berust in het ontslag. Werkgeefster heeft in maart 2021 aangifte gedaan tegen werkneemster. Bij brief d.d. 26 april 2021 heeft werkgeefster werkneemster gesommeerd tot betaling van een schadebedrag van € 88.133,06. Werkgeefster heeft een verklaring voor recht gevorderd dat werkneemster aansprakelijk is voor de schade. De kantonrechter heeft de vordering toegewezen. Werkneemster komt tegen het vonnis in hoger beroep.
Oordeel
Het hof onderschrijft het oordeel van de kantonrechter en de gronden waarop dat berust. Uit de stukken blijkt dat werkneemster - daargelaten de vraag of zij zelf documenten heeft vervalst - in ieder geval vervalste documenten heeft gebruikt en dat zij de totstandkoming van de huurovereenkomsten heeft gemanipuleerd door gebruikmaking van die vervalste documenten. Daarmee is naar het oordeel van het hof sprake van opzet van werkneemster als bedoeld in artikel 7:661 lid 1 BW. Nu werkneemster verder geen concreet en onderbouwd verweer heeft gevoerd tegen de stellingen van werkgeefster is ook het hof van oordeel dat zij ingevolge artikel 7:661 lid 1 BW aansprakelijk is voor de schade die zij bij de uitvoering van de arbeidsovereenkomst aan werkgeefster heeft toegebracht. Hoewel mogelijk ook de huurders aansprakelijk zijn jegens werkgeefster, gaat het hof er, op grond van hetgeen is gesteld door werkgeefster, van uit dat de huurders geen verhaal bieden. Werkneemster is daarmee voor de volledige schade aansprakelijk. Het beroep op eigen schuld gaat ook niet op. Voor zover dat al het geval is geweest, levert naar het oordeel van het hof de enkele omstandigheid dat andere medewerkers de documenten niet op onregelmatigheden hebben gecontroleerd, althans die niet hebben gezien, geen eigen schuld van werkgeefster op. Hooguit kunnen ook ten aanzien van die medewerker(s) maatregelen worden genomen. Het vonnis wordt bekrachtigd.