Naar boven ↑

Rechtspraak

werknemer/werkgeefster
Rechtbank Midden-Nederland (Locatie Utrecht), 20 september 2023
ECLI:NL:RBMNE:2023:4709
Stageovereenkomst kwalificeert als arbeidsovereenkomst en werknemer kan niet aan studieovereenkomst worden gehouden omdat werkgeefster in strijd met de redelijkheid en billijkheid heeft gehandeld.

Feiten

Werknemer is begin 2020 bij werkgeefster gestart met een interne opleiding tot barbier, omdat hem bij goede resultaten een arbeidsovereenkomst werd voorgehouden. Op 21 april 2022 is door partijen een studieovereenkomst met terugbetalingsregeling ondertekend. Aanvankelijk zou werknemer medio oktober 2020 in dienst treden als junior barbier, maar werkgeefster laat op enig moment weten dat de uitkomst van de trainingen in oktober 2020 zal bepalen of hij het arbeidscontract krijgt. Op verzoek van werkgeefster heeft werknemer extra lessen genomen. Omstreeks 1 maart 2021 hebben partijen een stageovereenkomst gesloten op grond waarvan werknemer van 1 mei 2021 tot en met 31 oktober 2021 als floormanager voor werkgeefster heeft gewerkt. Omstreeks 30 april 2021 hebben partijen een addendum bij de studieovereenkomst getekend waarin de looptijd daarvan werd verlengd en staat dat de kosten van de verlenging bij het oorspronkelijke opleidingsbedrag worden opgeteld. Op 15 juni 2021 heeft werkgeefster werknemer bericht dat hij mogelijk een arbeidsovereenkomst kon krijgen, maar een aanbod is uitgebleven. Nadat werknemer in november 2021 heeft laten weten te willen stoppen met de uitzichtloze opleiding, heeft werkgeefster werknemer bericht dat hij haar in verband met zijn opleiding € 5.384,63 verschuldigd is. In oktober 2022 heeft werknemer € 2000 terugbetaald. Werknemer vordert een verklaring voor recht dat de stageovereenkomst kwalificeert als arbeidsovereenkomst en dat de studieovereenkomst en addendum ongeldig zijn. Tevens vordert hij betaling van achterstallig loon en terugbetaling van de onverschuldigde betaling uit hoofde van de studieovereenkomst.

Oordeel

De kantonrechter oordeelt als volgt. Werknemer kan niet aan de studieovereenkomst worden gehouden omdat werkgeefster werknemer in strijd met vaste jurisprudentie en het goed werkgeverschap niet duidelijk genoeg heeft gewezen op de mogelijk ernstige consequenties (onduidelijkheid over te behalen doelen, mogelijke duur opleiding en kosten) van de studieovereenkomst. Bovendien kan werknemer niet aan de studieovereenkomst worden gehouden omdat voldoende aannemelijk is dat werkgeefster hem aan het lijntje heeft gehouden alsmede omdat het verdienen aan opleidingskosten in strijd is met het goed werkgeverschap dan wel de redelijkheid en billijkheid die geldt in de precontractuele fase. De studieovereenkomst is dus ongeldig en het bedrag van € 2000 is onverschuldigd betaald. Tot slot oordeelt de kantonrechter dat de stageovereenkomst kwalificeert als arbeidsovereenkomst. De werkzaamheden die werknemer heeft verricht in het kader van zijn stageovereenkomst, betreffen immers de werkzaamheden van een floormanager en niet die van barbier en deze werkzaamheden stonden niet in het kader van een studie of opleiding waarvoor een diploma of certificaat kon worden behaald. Daarnaast werkte werknemer veelal zelfstandig en had hij geen begeleiding. Als gevolg van deze kwalificatie, wijst de kantonrechter de loonvordering toe.