Rechtspraak
Feiten
In 1986 had Ardross Engineering C.V. (hierna: Ardross) als onderaanneemster van WKS werk aangenomen ten behoeve van het Esso Flexicoker-project in het Botlekgebied. WKS trad op haar beurt op als onderaanneemster van Fluor Nederland die het project had aangenomen. Werknemer was toen in dienst van Ardross. In de namiddag van 11 maart 1986 is werknemer een ongeval overkomen terwijl hij zich na afloop van zijn werkzaamheden (het isoleren van stalen pijpen) van zijn eigenlijke werkplek op voormeld bouwterrein te voet begaf naar de keet om zich te verkleden. Hij passeerde daarbij een gedeelte van het bouwterrein waar personeel van een (ander) isolatiebedrijf, Kaefer BV, nog doende was. Terwijl werknemer passeerde, is een metalen schijf van 25 meter hoogte naar beneden gevallen en terechtgekomen eerst op zijn veiligheidshelm en vervolgens op zijn linkerhand. Werknemer is daardoor gewond geraakt. Hij is dientengevolge tot 1 februari 1988 arbeidsongeschikt geweest. Ter zake vordert hij in dit in 1990 aangespannen geding van Ardross schadevergoeding op de voet van artikel 1638x (oud) BW. De kantonrechter heeft de vordering afgewezen en de rechtbank heeft dit vonnis bekrachtigd. Werknemer heeft beroep in cassatie ingesteld. Ardross betoogde in cassatie dat haar zorgplicht was beperkt tot de eigenlijke werkplek en dus geen betrekking had op de looproute van de werkplek naar de werkkeet.
Oordeel
De Hoge Raad verwerpt het betoog van Ardross. Volgens de Hoge Raad strookt het integendeel met de strekking van artikel 1638x (oud) BW om aan te nemen dat de daarin aan de werkgever opgelegde zorgverplichtingen voor de veiligheid van zijn werknemers zich in een situatie als de onderhavige niet beperken tot specifieke, in verband met de aard van de daar verrichte arbeid op de veiligheid op de werkplek toegesneden verplichtingen, maar daarenboven in beginsel mede betrekking hebben op het gehele bouwterrein, ook voor zover daarop door derden werkzaamheden worden verricht. Daaraan doet niet af dat de werkgever bij gebrek aan zeggenschap over het bouwterrein als geheel de algemene zorg voor de veiligheid van zijn werknemers buiten de werkplek in de regel zo al niet geheel, dan toch goeddeels moet overlaten aan anderen, zoals de opdrachtgever van de bouw, de hoofdaannemer en door dezen op hun beurt ingeschakelden (zoals andere onderaannemers), voor zover de opdrachtgever of de hoofdaannemer dezen de nakoming van de op hen rustende algemene zorgverplichting voor de veiligheid van de werknemers op het bouwterrein heeft toevertrouwd of overgelaten. Al dezen kunnen in zo’n situatie immers in zoverre worden aangemerkt als 'hulppersonen' van werkgever waarvan hij gebruik maakt bij het nakomen van zijn verplichting om voor de veiligheid van zijn werknemers te zorgen, wat meebrengt dat hij voor hun tekortschieten in die zorg op gelijke wijze aansprakelijk is als voor eigen tekortschieten (HR 15 juni 1990, NJ 1990/716). De Hoge Raad vernietigt de vonnissen van de kantonrechter en de rechtbank en verwijst het geding ter verdere behandeling en beslissing naar het hof Den Bosch.