Naar boven ↑

Rechtspraak

Werknemer/LUMC
Rechtbank Den Haag (Locatie Leiden), 6 oktober 2023
ECLI:NL:RBDHA:2023:14920
Assistent-professor terecht op staande voet ontslagen na financiƫle onregelmatigheden in EU-onderzoeken.

Feiten

Werknemer is in 2011 in dienst getreden bij werkgever als assistent-professor. In zijn functie is werknemer hoofdverantwoordelijke en geeft hij leiding aan een groep waarbij hij onder andere wetenschappelijke projecten begeleidt. Op 21 december 2022 en 25 januari 2023 heeft de werkgever een brief van de European Research Executive Agency (REA) ontvangen met betrekking tot subsidies bij EU-projecten. In de brief van 25 januari 2023 heeft REA medegedeeld de deelname aan een Europees programma voor projecten 1, 2 en 3 te willen beëindigen vanwege onregelmatigheden met detacheringen: gedetacheerden die niet of nauwelijks aanwezig waren of nauwelijks werk hebben verricht (spookdetacheringen). Werkgever heeft naar aanleiding van de brieven van REA een intern onderzoek ingesteld en daarvoor La Gro Geelkerken Advocaten (hierna: LGGA) ingeschakeld om onderzoek te doen (hierna: het onderzoek). Van de resultaten van het onderzoek tot dan toe is op 18 april 2023 een tussentijds rapport van bevindingen van het onderzoek definitief gemaakt en aangeboden aan de raad van bestuur van werkgever met een arbeidsrechtelijk advies omtrent de bevindingen. De raad van bestuur heeft hierop vervolgens een besluit genomen. In een gesprek op 19 april 2023 is werknemer door werkgever op staande voet ontslagen en is hem de toegang tot het terrein van werkgever ontzegd. Werknemer verzoekt het ontslag op staande voet te vernietigen en werkgever te verplichten hem weer toe te laten tot de werkvloer.

Oordeel

De kantonrechter is van oordeel dat werkgever het ontslag onverwijld heeft gegeven. Werkgever heeft direct na ontvangst van de REA-brieven in januari 2023 een intern onderzoek ingesteld. Gelet op het onderwerp, de omvang van het onderzoek en de benodigde zorgvuldigheid is niet onbegrijpelijk dat dit onderzoek drie maanden in beslag heeft genomen. Werkgever heeft onbetwist gesteld dat de raad van bestuur de partij is die kan besluiten over het ontslag. Nadat de uitkomsten van het onderzoek op 18 april 2023 in een (definitieve) tussenrapportage zijn gedeeld met de raad van bestuur, is aansluitend het besluit genomen om werknemer op staande voet te ontslaan. Daarmee zijn naar het oordeel van de kantonrechter alle stappen voldoende voortvarend genomen.

Dringende reden

Werkgever heeft zes dringende redenen aan het ontslag op staande voet ten grondslag gelegd. Naar het oordeel van de kantonrechter heeft werkgever voldoende onderbouwd dat werknemer documenten heeft ondertekend die dienen of hebben gediend als bewijs van spookdetacheringen en dat werknemer daarvan wetenschap had. Bovendien heeft werkgever voldoende aannemelijk gemaakt dat werknemer onregelmatigheden die hebben plaatsgevonden door toedoen van een biotechnisch onderzoeksbedrijf heeft gefaciliteerd en kennis had van onregelmatigheden met betrekking tot EU-projecten en/of in relatie met het biotechnisch onderzoeksbedrijf en daar geen melding van heeft gemaakt. Verder heeft werkgever ten aanzien van deze ontslaggronden voldoende onderbouwd dat werknemer een detachering betreffende hemzelf naar een partnerorganisatie heeft gepresenteerd, welke detachering niet heeft plaatsgevonden en dat deze detachering pas bij navraag van het projectenbureau op verzoek van werknemer is verwijderd. Tot slot heeft werknemer de verantwoordelijkheid van LUMC in projecten miskend, door geen betrokkenheid te hebben bij onderzoek dat op locatie bij LUMC plaatsvindt door gedetacheerden in de projecten 1, 2 en 3. Dit alles levert naar het oordeel van de kantonrechter een dringende reden op voor het door werkgever gegeven ontslag op staande voet. De persoonlijke omstandigheden van werknemer staan tot slot het aannemen van een dringende reden niet in de weg. Het langdurig dienstverband zonder eerdere incidenten weegt niet op tegen de ernst van de gedragingen.