Naar boven ↑

Rechtspraak

werknemer/Oranjedak B.V.
Rechtbank Rotterdam (Locatie Rotterdam), 15 juni 2023
ECLI:NL:RBROT:2023:9295
Kort geding. Dwaling of misbruik van omstandigheden bij het aangaan van een vaststellingsovereenkomst na een voorgenomen ontslag op staande voet voorshands niet gebleken. Gevorderde hervatting van de loonbetaling en re-integratie worden afgewezen.

Feiten

Werknemer is werkzaam voor Oranjedak B.V. in de functie van magazijnmedewerker. Op 16 januari 2023 hebben partijen een vaststellingsovereenkomst gesloten, waarmee de arbeidsovereenkomst eindigde per 1 april 2023. Oranjedak heeft deze overeenkomst aangeboden, omdat zij van mening was dat er redenen waren om ontslag op staande voet te verlenen. Als alternatief is werknemer een vaststellingsovereenkomst aangeboden. Werknemer vindt dat sprake is van een wilsgebrek, te weten dwaling en misbruik van omstandigheden, en heeft de vaststellingsovereenkomst daarom buitengerechtelijk vernietigd. Werknemer vordert hervatting van de loonbetaling en re-integratie. Hij was (en is) namelijk arbeidsongeschikt.

Oordeel

De kantonrechter oordeelt in dit kort geding als volgt. Aan het vereiste van spoedeisendheid is voldaan, omdat vaststaat dat werknemer een (substantieel) deel van zijn inkomen kwijt is, nu hij geen recht heeft op een WW- of ZW-uitkering. De vraag of de vordering voldoende aannemelijk is om in kort geding toe te wijzen, beantwoordt de rechter ontkennend. Werknemer beroept zich als grondslag van de vordering op dwaling of misbruik van omstandigheden, omdat Oranjedak hem in een gesprek op 9 januari 2023 onder druk zou hebben gezet. Tijdens dat gesprek heeft Oranjedak gevraagd naar onregelmatigheden (contant geld dat werknemer had ontvangen en niet heeft afgedragen aan zijn leidinggevende). Op 10 januari 2023 is dat gesprek voortgezet waarbij Oranjedak aan werknemer heeft verteld dat zij het niet afdragen van het geld beschouwde als verduistering en hem op staande voet wilde ontslaan. In plaats daarvan is hem de keuze geboden te kiezen voor een vaststellingsovereenkomst. Werknemer heeft de overeenkomst vervolgens meegenomen en zich gewend tot zijn rechtsbijstandverzekeraar waarna de overeenkomst is getekend. Partijen verklaren beiden anders over de totstandkoming van de overeenkomst en het gesprek op 10 januari 2023. Met name verschillen partijen erover van mening of werknemer is gewezen op de gevolgen van het tekenen van de vaststellingsovereenkomst. Werknemer heeft wel een bedenktermijn gekregen en juridisch advies ingewonnen. In kort geding is geen ruimte voor nader onderzoek naar de vraag of werknemer onder druk is gezet om een vaststellingsovereenkomst aan te gaan. De vorderingen van werknemer worden afgewezen.