Rechtspraak
Rechtbank Rotterdam (Locatie Dordrecht), 17 oktober 2023
ECLI:NL:RBROT:2023:9625
Feiten
Werkneemster heeft van 1 juli 2022 tot en met 30 juni 2023 bij Horeca Energiehuis B.V. (hierna: Khotinsky) gewerkt op basis van een contract voor bepaalde tijd. Zij verzoekt in deze procedure Khotinsky te veroordelen om de aanzegvergoeding aan haar te betalen (€ 3.076,15 bruto, inclusief vakantiegeld), omdat Khotinsky haar niet uiterlijk een maand voor het einde van de arbeidsovereenkomst schriftelijk heeft geïnformeerd over het al dan niet voortzetten van de arbeidsovereenkomst. Ook verzoekt zij uitbetaling van niet uitbetaalde minuren. Khotinsky heeft geen verweer gevoerd.
Oordeel
Op grond van artikel 7:668 BW moet Khotinsky werkneemster uiterlijk een maand voordat haar arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd eindigt, informeren of deze al dan niet wordt voortgezet. Werkneemster voert aan dat zij geen schriftelijk bericht van Khotinsky heeft ontvangen dat haar arbeidsovereenkomst na 30 juni 2023 niet zou worden verlengd. Khotinsky heeft dat in deze procedure niet weersproken. De kantonrechter gaat er daarom van uit dat werkneemster niet schriftelijk is geïnformeerd, zodat Khotinsky de aanzegvergoeding ter hoogte van één maandsalaris ad € 3.076,15 bruto (inclusief vakantiegeld), aan werkneemster moet betalen. Op grond van artikel 7:628 BW moet Khotinsky het loon betalen, ook als werkneemster de overeengekomen arbeid geheel of gedeeltelijk niet heeft verricht, tenzij dit in redelijkheid voor rekening van werkneemster moet komen. Werkneemster heeft tijdens de mondelinge behandeling toegelicht dat zij en haar collega’s in de zomerperiode minder uren werken dan waartoe zij op grond van hun arbeidsovereenkomst gehouden zijn, omdat er dan minder klanten zijn. Deze uren halen zij normaal gesproken op een ander moment in, als het drukker is met bezoekers. Werkneemster voert aan dat zij meermaals heeft gevraagd om een overzicht van de uren die zij nog moest inhalen, omdat zij dit niet zelf kon zien in het systeem, maar dat zij dit overzicht niet heeft gekregen. Khotinsky heeft dit alles niet weersproken. Onder deze omstandigheden komt het voor rekening van Khotinsky dat werkneemster de overeengekomen arbeidsuren uiteindelijk niet volledig heeft gewerkt en moet Khotinsky het salaris voor deze uren toch betalen. Dit komt neer op een bedrag van € 2.032,06 (117,46 uur x € 17,30 per uur bruto), te vermeerderen met 8% vakantiegeld, dus in totaal € 2.194,62. Dit bedrag wordt toegewezen inclusief de wettelijke verhoging van 50% en de wettelijke rente. Khotinsky moet op straffe van een dwangsom een nieuwe eindafrekening verstrekken.