Rechtspraak
Rechtbank Oost-Brabant (Locatie 's-Hertogenbosch), 31 oktober 2023
ECLI:NL:RBOBR:2023:5244
Feiten
Werkneemsters hebben de Iraanse nationaliteit. Zij zijn beiden in 2022 bij werkgever in dienst getreden voor bepaalde tijd. Daarna is de arbeidsovereenkomst aangegaan tot een datum in 2023. Voorafgaand aan het dienstverband met werkneemsters heeft werkgever voor hen een gecombineerde vergunning verblijf en arbeid (hierna: GVVA) aangevraagd. Deze vergunning is met ingang van 2022 verleend voor de duur van één jaar. De aanvraag voor een opvolgende GVVA is door het IND afgewezen. In de beschikkingen verwijst de IND naar het advies van het UWV van 23 mei 2023. Kort weergegeven heeft het UWV met betrekking tot beide aanvragen negatief geadviseerd, omdat werkgever onvoldoende heeft gezocht naar kandidaten, hij geen salaris biedt dat past bij de functie, het loon onder het minimumloon is en de beperkingen waaronder de eerdere vergunning is verleend niet in acht is genomen en/of de daaraan verbonden voorschriften niet zijn nageleefd. Op 29 mei 2023 heeft werkgever een vaststellingsovereenkomst aan beide werkneemster voorgelegd. Deze overeenkomst hebben werkneemsters niet ondertekend. Op 18 juli 2023 heeft werkgever verzoeken tot ontbinding van de arbeidsovereenkomsten van werkneemsters bij de kantonrechter ingediend. Op 15 september 2023 heeft de kantonrechter deze verzoeken mondeling behandeld. Bij beschikkingen van 31 oktober 2023 heeft de kantonrechter op die verzoeken beslist en de arbeidsovereenkomsten ontbonden. Werkneemsters vorderen uitbetaling van achterstallig loon.
Oordeel
Na de beslissing van de IND van 24 mei 2023 (waarin de aanvraag voor een gecombineerde vergunning voor verblijf en arbeid (GVVA) werd afgewezen, heeft werkgever geen loon meer betaald aan eiseressen. De kantonrechter overweegt dat het UWV negatief heeft geadviseerd op de vraag of eiseressen kunnen worden toegelaten tot de arbeidsmarkt als verzorgende IG, omdat volgens het UWV sprake is van weigeringsgronden op grond van artikel 8 en 9 van de Wet arbeid vreemdelingen (Wav). In de artikelen 8 en 9 van de Wav staan de redenen genoemd op grond waarvan een GVVA moet - dan wel kan - worden geweigerd. De IND heeft het advies van het UWV overgenomen en om die reden de verzochte GVVA ten aanzien van eiseressen afgewezen. Uit het advies van het UWV volgt dat de aanvraag voor verlenging van de GVVA is geweigerd als gevolg van ernstig verwijtbaar handelen/nalaten van werkgever. Gelet daarop kan niet geconcludeerd worden dat het niet kunnen verrichten van de arbeid in redelijkheid voor rekening van eiseressen komt. Dat leidt er in beginsel toe dat werkgever op grond van artikel 7:628 lid 1 BW gehouden is het loon van werkneemsters door te betalen. Werkgever heeft werkneemster na de beslissing van de IND niet langer toegelaten tot het verrichten van hun werkzaamheden omdat hij anders boetes zou riskeren. Onder deze omstandigheden kan werkgever zich er in redelijkheid niet op beroepen dat eiseressen zich niet expliciet bereid hebben verklaard om de werkzaamheden te verrichten. Als eiseressen dat wel hadden gedaan, had dat er niet toe geleid dat werkgever hen tot het werk had toegelaten. Werkgever heeft op de zitting namelijk herhaald dat hij werkneemsters niet tewerk kon stellen omdat hij dan een boete zou riskeren. De loonvordering wordt toegewezen.