Rechtspraak
Rechtbank Midden-Nederland (Locatie Almere), 7 november 2023
ECLI:NL:RBMNE:2023:5874
Feiten
Werkneemster is op 1 augustus 2017 in dienst getreden van werkgeefster in de functie van docente natuur- en scheikunde tegen een brutomaandsalaris van laatstelijk € 2750,30 exclusief vakantietoeslag. Op 25 mei 2023 is het centraal examen natuur- en scheikunde afgenomen. In het correctievoorschrift van dat examen staat onder meer dat de examinator in overleg met de tweede corrector het behaalde aantal punten vaststelt, dat het aangeven van onvolkomenheden in het examenwerk is toegestaan en dat enkel het maximale aantal punten wordt toegekend bij een volledig juiste reactievergelijking. Nadat de tweede corrector een vermoeden van examenfraude door werkneemster heeft geuit bij werkgeefster, heeft op 6 juni 2023 tussen partijen een gesprek plaatsgevonden. Werkneemster heeft bij gelegenheid van dat gesprek aangegeven dat zij op het examenwerk van één leerling een pijltje heeft bijgeschreven om de reactievergelijking kloppend te maken, maar dat zij verder geen veranderingen heeft aangebracht in het examenwerk. Op 9 juni 2023 bericht de Inspectie van Onderwijs aan werkgeefster dat na onderzoek is vastgesteld dat in het examenwerk van twee leerlingen toevoegingen in de antwoorden zijn aangebracht met potlood, dat het niet haar rol is om vast te stellen welk personeelslid daarvoor verantwoordelijk en wat de gevolgen daarvan zijn. Op 13 juni 2023 is werkneemster op staande voet ontslagen wegens het corrigeren van een examen waardoor een leerling voordeel genoot ten opzichte van andere leerlingen.
Oordeel
De kantonrechter is van oordeel dat een dringende reden ontbreekt en overweegt daartoe als volgt. In afwijking van het correctievoorschrift heeft door een afzegging van de tweede corrector geen onderling overleg plaatsgevonden over het puntenaantal. Wel is op 5 juni 2023 melding gemaakt van een vermoeden van fraude. Overleg had in dit geval, zeker nu werkneemster daar ook om had verzocht, juist voor de hand gelegen. Ter zitting heeft werkneemster aangegeven dat zij de pijl heeft geplaatst om aan de tweede corrector duidelijk te maken dat de pijl in het antwoord van de leerling ontbrak en dat de leerling mogelijk een schrijffout heeft gemaakt. Werkneemster heeft het antwoord van de leerling niet aangepast, maar een pijl boven het antwoord van de leerling gezet. Zij heeft dit bovendien met potlood gedaan en ook met potlood de puntenscore in de kantlijn gezet. Met werkneemster is de kantonrechter van oordeel dat zij dit met de tweede corrector, als daartoe gelegenheid was geweest, had kunnen bespreken en aan de hand daarvan de puntenscore had kunnen vaststellen. Verder staat het correctievoorschrift toe dat onvolkomenheden worden aangegeven. Werkneemster heeft voldoende aannemelijk gemaakt dat zij in het werk van de leerling een onvolkomenheid heeft geconstateerd doordat de pijl miste. De pijl was al gegeven in de casus, maar door de leerling niet mee overgenomen. Omdat het antwoord met de toevoeging hetzelfde is gebleven, heeft de betreffende leerling ook geen voordeel genoten ten opzichte van andere leerlingen. Verder heeft werkgeefster nagelaten duidelijke nakijkinstructies te geven, is werkneemster niet gehoord en brengt het oordeel van de onderwijsinspectie dat sprake is van een onregelmatigheid niet mee dat ook sprake is van een dringende reden. Wel valt werkneemster te verwijten dat zij niet duidelijk heeft aangegeven dat de door haar gezette pijl een bespreekpunt betrof. Een minder zwaar middel was daarom passender geweest. Het ontslag is niet rechtsgeldig. Werkneemster heeft recht op de transitievergoeding (€ 5380,48), een gefixeerde schadevergoeding (€ 9809,40) en een billijke vergoeding (€ 8250,90).