Naar boven ↑

Rechtspraak

Werkgever/werknemer
Rechtbank Oost-Brabant (Locatie 's-Hertogenbosch), 23 februari 2023
ECLI:NL:RBOBR:2023:5448
Werknemer heeft op frauduleuze wijze een enorm geldbedrag van werkgever naar zijn privérekening overgemaakt. Werkgever krijgt de mogelijkheid zich nader uit te laten over de gevorderde schade uit ontnomen vermogensstijging, gederfde winst of gemist rendement.

Feiten

Werknemer is in 1997 in dienst getreden bij werkgever, vanaf 1998 voor onbepaalde tijd en laatstelijk in de functie van Operational Buyer met een bijbehorend maandsalaris van € 4.033,95 per maand. Werkgever wordt eind maart 2022 ervan op de hoogte gesteld dat aanzienlijke bedragen van de bankrekening van werkgever naar de privébankrekening van werknemer zijn overgemaakt tot een totaalbedrag van € 187.949,11. Werkgever schorst werknemer per 6 april 2022 en legt conservatoir beslag op de woning van werknemer. Werknemer erkent per e-mail van 8 april 2022 dat hij fout is geweest. Werkgever ontslaat werknemer op 12 april 2022 op staande voet. Nader onderzoek wijst uit dat werknemer sinds 18 januari 2006 een bedrag van € 475.780,50 aan zichzelf heeft uitgekeerd. Werkgever verzoekt onder meer toekenning van de gefixeerde schadevergoeding, veroordeling tot betaling van de geleden schade en vergoeding van de geleden schade aan ontnomen vermogensstijging en gederfde winst dan wel gemist rendement.

Oordeel

De kantonrechter oordeelt als volgt. De verklaring voor recht dat werknemer onrechtmatig heeft gehandeld en aansprakelijk is voor de geleden schade wordt toegewezen, omdat werknemer erkent zonder rechtsgrond of opdracht geld naar zijn privérekening te hebben gemaakt. De vordering van € 475.780,50 is in beginsel toewijsbaar. Volgens werkgever is zijn onderneming altijd gegroeid en kwam hij altijd cash tekort, en hadden de weggesluisde gelden goed gebruikt kunnen worden. Al het geld zou in de onderneming zijn geïnvesteerd, maar de groei van het bedrijf is door het wegnemen van gelden door werknemer belemmerd. Uit vaste jurisprudentie blijkt dat het bestaan van schade kan worden afgeleid uit de in de procedure vastgestelde feiten. De rechter kan tot vaststelling van de schadevergoeding overgaan als het bestaan van schade voor hem ‘aannemelijk’ is en hij zich ‘in staat acht’ de schade vast te stellen. Werkgever heeft geen jaarstukken en achterliggende boekhoudkundige stukken overgelegd waaruit de groeistrategie blijkt en waaruit kan worden afgeleid dat de weggesluisde gelden elk jaar opnieuw geïnvesteerd zouden worden/zijn in de onderneming. Werkgever wordt dan ook in de gelegenheid gesteld om feitelijke gegevens ter toelichting op het bestaan of de afwezigheid van de schade naar voren te brengen, waarbij het gaat om het bestaan van vermogensschade en dus nog niet om de omvang daarvan. Werkgever kan volgens de kantonrechter niet tegelijkertijd vergoeding van de weggesluisde gelden en het gemiste rendement verzoeken. Daarom dient werkgever zich hierover in een akte uit te laten. De door werkgever gemaakte onderzoekskosten worden toegewezen (€ 7620), waarbij het opmerking verdient dat deze kosten worden gematigd omdat het onderzoek goed door een boekhouder en assistent-controller uitgevoerd kon worden, waarbij aansluiting is gevonden in het loon van de assistent-controller. Ook maakt werkgever aanspraak op de gemaakte additionele accountantskosten. De kosten hiervan komen echter onnodig hoog over en worden gematigd tot een bedrag van € 4.100. Al met al wordt de gevorderde verklaring voor recht toegewezen, evenals een bedrag van € 7620 aan vergoeding van onderzoekskosten en een bedrag van € 4.100 aan schadevergoeding wegens additionele accountantskosten. Over voornoemde bedragen is de wettelijke rente verschuldigd. Werkgever krijgt de gelegenheid om zich over de gevorderde schade uit ontnomen vermogensstijging/gederfde winst/gemist rendement uit te laten. Iedere verder beslissing wordt aangehouden.