Naar boven ↑

Rechtspraak

werkneemster/Anker Stuy Verven B.V.
Rechtbank Noord-Nederland (Locatie Leeuwarden), 20 december 2023
ECLI:NL:RBNNE:2023:5194
Kort geding. Schorsing concurrentiebeding. Belangenafweging in het voordeel van werkneemster.

Feiten

Werkneemster is op 17 augustus 2020 in dienst getreden van Anker Stuy Verven B.V. (hierna: Anker Stuy) in de functie van kwaliteitsmedewerkster. Haar salaris bedroeg laatstelijk € 2.768,09 bruto per maand bij een arbeidsomvang van 40 uur per week, exclusief emolumenten. Met ingang van 1 juli 2021 hebben partijen een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd gesloten. De arbeidsovereenkomst bevat de volgende postcontractuele bedingen: geheimhoudingsplicht, concurrentie- en relatiebeding. In december 2015 stelt werkneemster een aantal vragen met betrekking tot haar (toekomstige) salaris. Op 31 oktober 2023 heeft werkneemster haar arbeidsovereenkomst met Anker Stuy opgezegd per 1 december 2023, om vervolgens als R&D-medewerkster in dienst van een concurrent te treden. Anker Stuy bevestigt de opzegging maar houdt werkneemster aan het concurrentiebeding en geeft haar de mogelijkheid om de opzegging te heroverwegen, waaraan werkneemster geen gevolg geeft. Zij is, vanwege het concurrentiebeding, (nog) niet per 1 december 2023 in dienst van de concurrent getreden. Om toch nog inkomsten te hebben is zij, in afwachting van de procedure, in een snackbar gaan werken. In kort geding vordert werkneemster primair schorsing van het concurrentiebeding, subsidiair gedeeltelijke schorsing van het concurrentiebeding en meer subsidiair een maandelijkse vergoeding van € 2.989,54 bruto voor de duur van het concurrentiebeding als bedoeld in artikel 7:653 lid 5 BW. Zij vindt dat ze onbillijk wordt benadeeld. Anker Stuy concludeert tot niet-ontvankelijkheid dan wel tot afwijzing van de vorderingen.

Oordeel

Tussen partijen staat niet ter discussie (a) dat er sprake is van een rechtsgeldig overeengekomen concurrentiebeding, (b) dat de nieuwe werkgever kwalificeert als een directe concurrent van Anker Stuy en (c) dat werkneemster het beding zal overtreden als zij in dienst treedt van de concurrent. De kantonrechter moet een afweging maken tussen enerzijds het belang van werkneemster bij schorsing van het concurrentiebeding en anderzijds het belang van Anker Stuy bij de handhaving ervan. Naar het voorlopig oordeel van de kantonrechter is voldoende aannemelijk geworden dat werkneemster een aanmerkelijk belang heeft om in dienst te kunnen treden bij de concurrent: (a) zij kan een overstap maken naar de functie van R&D-medewerkster, (b) volgens de toepasselijke cao is deze functie hoger ingeschaald dan haar huidige functie, (c) bij indiensttreding als R&D-medewerkster gaat zij meer verdienen dan zij bij Anker Stuy verdiende, (d) de functie van R&D-medewerkster sluit aan bij haar afgeronde studie chemie en (e) er is dus sprake van een positieverbetering. Dat er voor haar concrete mogelijkheden waren om binnen afzienbare tijd een dergelijke positieverbetering bij Anker Stuy te realiseren, is niet aannemelijk geworden. Naar het voorlopig oordeel van de kantonrechter heeft Anker Stuy onvoldoende aannemelijk gemaakt dat werkneemster door haar functie bij Anker Stuy beschikt over zodanige essentiële vertrouwelijke bedrijfsgegevens dat haar vertrek naar een concurrent aantasting van het bedrijfsdebiet van Anker Stuy zou impliceren. Er is ook op geen enkele manier aannemelijk gemaakt dat er gevreesd moet worden dat werkneemster het geheimhoudingsbeding niet zal naleven. Ter zitting is gebleken dat Anker Stuy het concurrentiebeding, dat zij naar eigen zeggen slechts voor bepaalde groepen werknemers hanteert, in de praktijk heel anders uitlegt en toepast dan uit de bewoordingen daarvan volgt. Daarmee handelt Anker Stuy niet zoals een goed werkgever betaamt. De kantonrechter acht het voorshands aannemelijk dat de afweging van de belangen over en weer in een bodemprocedure in het voordeel van werkneemster zal uitvallen en dat de bodemrechter het concurrentiebeding geheel zal vernietigen omdat zij door dit beding onbillijk wordt benadeeld.