Naar boven ↑

Rechtspraak

werkneemster/werkgeefster
Rechtbank Midden-Nederland (Locatie Utrecht), 12 januari 2024
ECLI:NL:RBMNE:2024:198
Frauduleus handelen met retourgelden. Dringende reden. Ontslag op staande voet houdt stand.

Feiten

Werkneemster is op 1 maart 2023 voor bepaalde tijd in dienst getreden van werkgeefster als medewerkster klantenservice. In de ochtend van 18 september 2023 was er een personeelsbijeenkomst op het kantoor van werkgeefster. Werkneemster heeft die bijeenkomst korte tijd verlaten om de telefoon te beantwoorden. Op die dag miste een andere werkneemster, X, geld uit haar portemonnee. Werkneemster werd door een schoonmaakster in verband gebracht met dit voorval. Hiervan is door zowel X als de schoonmaakster melding gedaan bij de CFO. Daarna constateerde medewerker Y een tweetal ongebruikelijke opdrachten tot handmatige betalingen. Op 19 september 2023 heeft werkgeefster onderzoek ingesteld en is werkneemster vrijgesteld van werkzaamheden. Werkneemster is na het gesprek op 22 september 2023 op staande voet ontslagen. In de ontslagbrief heeft werkgeefster als redenen voor het ontslag opgegeven het ontvreemden van geld (uit de portemonnee van een collega), althans frauduleus handelen met retourgelden. Na intrekking van het primaire verzoek tot vernietiging van het ontslag op staande voet – de switch – en na vermindering van eis, verzoekt werkneemster om een billijke vergoeding, gefixeerde schadevergoeding en transitievergoeding. Werkgeefster voert verweer strekkende tot afwijzing van de verzoeken.

Oordeel

De zaak draait nog om de vraag of werkneemster aanspraak kan maken op de verzochte vergoedingen.

Dringende reden

Werkgeefster heeft twee gronden aangevoerd voor het ontslag op staande voet en meent dat die gronden, ieder voor zich, maar ook in samenhang beschouwd, kunnen worden aangemerkt als een dringende reden. Het verweer van werkneemster komt erop neer – zakelijk weergegeven – dat de verwijten die werkgeefster haar maakt geen feitelijke grondslag hebben of geen dringende reden zijn, omdat zij heeft gehandeld zoals zij het heeft geleerd of omdat zij op verzoek van de directie heeft gehandeld. Voor wat betreft het ontvreemden van geld uit de portemonnee van een collega acht de kantonrechter onvoldoende aanknopingspunten aanwezig. Voor wat betreft het frauduleus handelen met retourgelden is met de in het geding gebrachte stukken en de informatie uit het rapport van Hoffmann voldoende komen vast te staan dat werkneemster de medewerkers van de afdeling financiën op het verkeerde been heeft gezet door hen gelden te laten uitbetalen aan fictieve klanten op niet aan die klanten toebehorende bankrekeningnummers, hetgeen een dringende reden vormt.

Onverwijlde aanzegging

Werkneemster heeft nog gesteld dat het ontslag niet onverwijld is gegeven, maar dat verweer faalt. De teller begint in dit geval te lopen op 18 september 2023 nadat werkgeefster twee ongebruikelijke opdrachten tot retourbetalingen van de hand van werkneemster op het spoor was gekomen. Gelet op de zorgvuldigheid die een werkgever in acht moet nemen bij het verlenen van ontslag is het begrijpelijk en juist passend dat nader onderzoek wordt gedaan. Het dienstverband tussen werkgeefster en werkneemster is op 22 september 2023 aldus rechtsgeldig geëindigd. De billijke vergoeding en de (ingehouden) gefixeerde schadevergoeding worden afgewezen bij gebrek aan grondslag. Nu voorts sprake is van ernstig verwijtbaar handelen van werkneemster, is de transitievergoeding niet verschuldigd.