Rechtspraak
Rechtbank Oost-Brabant (Locatie 's-Hertogenbosch), 5 januari 2024
ECLI:NL:RBOBR:2024:15
Feiten
Werkneemster is in 1990 in dienst getreden bij (de voorganger van) het Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen (hierna ‘UWV’) en is werkzaam als adviseur verzekeringsarts. De adviseur verzekeringsarts valt hiërarchisch onder de districtsmanager en vervult een essentiële schakelfunctie tussen de districtsmanager, de managers SMC en de artsen. De adviseur verzekeringsarts (en dus ook werkneemster) maakt deel uit van het MT. Het UWV is bezig met een transitie van Sociaal Medische Zaken (hierna ‘SMZ’) naar de vorming van Sociaal Medische Centra (hierna ‘SMC’s’). De te vormen SMC’s moeten kleine eenheden binnen SMZ worden, waarin meer maatwerk kan worden geleverd in het bedienen van de klanten van het UWV. Een SMC wordt aangestuurd door een manager bedrijfsvoering én een regievoerder. Op 28 maart 2023 heeft het UWV aan werkneemster medegedeeld dat het UWV collega X wenste over te plaatsen van kantoor Tilburg naar kantoor Den Bosch om haar in te zetten als (externe) regievoerder. Deze overplaatsing zou per 1 juni 2023 plaatsvinden. Werkneemster heeft zich vervolgens kritisch uitgelaten over het aantrekken van een externe regievoerder en de manier waarop daar uitvoering aan werd gegeven. Uit een gespreksverslag van een gesprek op 6 juni 2023 tussen werkneemster en de districtsmanager blijkt dat werkneemster volgens de districtsmanager ongewenst gedrag vertoont, onder meer door zich niet aan gemaakte afspraken te houden en deze afspraken niet uit te dragen, hetgeen bij anderen onduidelijkheid creëert over met de districtsmanager gemaakte afspraken. Die onduidelijkheid creëert vervolgens vertraging op het behalen van de organisatiedoelen, aldus het UWV. Op 18 juli 2023 is werkneemster op non-actief gesteld. Werkneemster wordt verweten zich nog steeds niet aan gemaakte afspraken te houden en polariserend gedrag te vertonen. Ook zou het gedrag van werkneemster leiden tot het ontstaan van een onveilig leer-/werkklimaat en tot beschadiging van personen en relaties. Werkneemster vordert in kort geding veroordeling van het UWV om de op non-actiefstelling op te heffen en haar toe te laten haar werkzaamheden uit te oefenen.
Oordeel
De kantonrechter oordeelt als volgt. De spoedeisendheid is voldoende door werkneemster onderbouwd, nu zij eerst een interne klachtenprocedure wenste af te wachten. Zij is direct na de ongegrondverklaring van haar klacht deze procedure gestart. De op non-actiefstelling duurt nu al geruime tijd, zodat ook om die reden het geven van een oordeel over het al dan niet voortduren hiervan, een spoedeisend belang oplevert. De kantonrechter is van oordeel dat voor een antwoord op de vraag of werkneemster op goede gronden op non-actief is gesteld, een nader feitenonderzoek nodig is waarvoor dit kort geding zich naar zijn aard niet leent. Op dit moment kan dan ook niet worden vastgesteld of te verwachten is dat de bodemrechter in een eventueel aanhangig te maken bodemprocedure zal beslissen dat de op non-actiefstelling op goede gronden is. Vervolgens is aan de orde of de op non-actiefstelling van werkneemster op dit moment nog langer voort moet duren. Het UWV heeft werkneemster ruim vijf maanden op non-actief gesteld en werkneemster heeft geprobeerd deze op non-actiefstelling via de interne klachtenprocedure op te laten heffen. Dat is niet gelukt. De kantonrechter vindt dat het UWV vervolgens onvoldoende heeft gedaan om uit deze impasse met werkneemster te komen. Een op non-actiefstelling behoort een tijdelijke maatregel te zijn, waarna wordt gekeken naar hoe partijen met elkaar verder moeten of dat tot het laten eindigen van de arbeidsovereenkomst moet worden overgegaan. Het had op de weg van het UWV gelegen om (nader) onderzoek te doen naar het handelen van werkneemster door bijvoorbeeld in gesprek te gaan met de werknemers/managers die een melding over werkneemster hebben gedaan en de meldingen nader te verifiëren. Dat heeft het UWV niet gedaan. Van belang is verder dat werkneemster door de op non-actiefstelling en het feit dat deze nu al zo lang voortduurt, (reputatie)schade is toegebracht en dat haar positie is aangetast. Gelet op het voorgaande moet de op non-actiefstelling worden opgeheven. De vordering van werkneemster wordt toegewezen.