Rechtspraak
Rechtbank Gelderland (Locatie Arnhem), 23 januari 2024
ECLI:NL:RBGEL:2024:555
Feiten
Werknemer is met ingang van 12 juli 2021 bij JK Logistics in dienst getreden en was laatstelijk werkzaam als allround medewerker. Op 3 oktober 2023 is er tussen partijen een discussie ontstaan over de door werknemer uit te voeren laatste route en of werknemer zich naderhand nog op de locatie te Duiven diende te melden of niet. Onderweg belde de leidinggevende naar werknemer en hij gaf aan werknemer te kennen dat hij niet meer hoefde te komen werken omdat sprake zou zijn van werkweigering. Werknemer vervolgde zijn weg naar Duiven en hij kwam daar iets voor 17.00 uur aan. JK Logistics gaf werknemer toen te kennen dat hij zijn dienstauto te Duiven moest achterlaten. Werknemer heeft zich bij WhatsApp-bericht van 4 oktober 2023 bereid en beschikbaar gehouden voor werk. JK Logistics heeft hier niet op gereageerd. Werknemer verzoekt de op 3 oktober 2023 door JK Logistics gegeven opzegging te vernietigen en hem weer toe te laten tot zijn werkzaamheden. Ook verzoekt werknemer veroordeling van JK Logistics tot doorbetaling van loon vanaf oktober 2023. JK Logistics is niet ter zitting verschenen.
Oordeel
De kantonrechter oordeelt als volgt. Werknemer stelt dat (1) de mededeling van zijn leidinggevende op 3 oktober 2023 dat hij niet meer hoefde te komen werken omdat sprake zou zijn van werkweigering alsmede (2) de omstandigheid dat werknemer toen hij vervolgens op zijn werk verscheen zijn dienstauto moest achterlaten, moet worden begrepen als een mondeling gegeven ontslag op staande voet. Dit heeft JK Logistics niet weersproken, zodat de kantonrechter ervan uitgaat dat het ontslag op staande voet op 3 oktober 2023 mondeling is gegeven. De kantonrechter is van oordeel dat dit ontslag niet rechtsgeldig is en overweegt daartoe als volgt. Onbetwist staat vast dat voor het ontslag als reden is gegeven dat er sprake was van werkweigering. Nog daargelaten de vraag of het voeren van een discussie over de vraag of werknemer na zijn rit nog terug moest komen naar de locatie een dringende reden voor ontslag op staande voet oplevert, betwist werknemer dat hij werk heeft geweigerd. Hij is immers, hoewel hij had aangegeven dit niet te zullen doen, na zijn rit teruggereden naar de locatie. Aldus komt niet vast te staan dat sprake was van een dringende reden voor ontslag op staande voet. Het primaire verzoek tot vernietiging van het ontslag op staande voet en toelating tot het werk wordt daarom toegewezen. JK Logistics wordt daarnaast veroordeeld tot betaling aan werknemer van het salaris vanaf oktober 2023 tot het moment dat de arbeidsovereenkomst rechtsgeldig is geëindigd.