Naar boven ↑

Rechtspraak

By Special Shops B.V./ werknemer
Rechtbank Den Haag (Locatie Den Haag), 16 november 2023
ECLI:NL:RBDHA:2023:18047
De arbeidsverhouding tussen partijen is verstoord geraakt doordat werknemer (afgezien van één à twee dagen) niet meer is komen werken, ondanks het oordeel van zowel de bedrijfsarts als het UWV dat hij kon re-integreren. Ontbinding g-grond.

Feiten

Werknemer is in 2015 bij (de rechtsopvolgster van) BSS in dienst getreden. Op 10 december 2018 heeft werknemer zich ziek gemeld. De bedrijfsarts heeft hem gezien en heeft op 22 februari 2019 geoordeeld dat werknemer zijn eigen werk kon doen. Werknemer heeft een second opinion gevraagd bij het UWV. Die heeft eveneens geoordeeld dat werknemer zijn eigen werk kon doen. Aangezien werknemer dit bleef weigeren, heeft BSS loonsancties getroffen. Vervolgens heeft werknemer alsnog toegezegd om te komen werken, waarmee de eerste ‘ziekteperiode’ tot een eind kwam. Op 24 maart 2022 heeft werknemer zich opnieuw ziek gemeld. Op 24 juni 2022 heeft de bedrijfsarts geoordeeld dat hij vanaf week 25/2022 kon re-integreren, met een schema dat per 29 augustus 2022 moest resulteren in een volledige werkhervatting. Werknemer is hieraan begonnen, maar meldde zich na twee dagen opnieuw ziek. Op 20 juli 2022 heeft de bedrijfsarts kenbaar gemaakt geen reden te hebben af te zien van zijn eerdere oordeel. Aangezien werknemer desondanks niet kwam werken heeft BSS haar loonbetalingsverplichting opgeschort. Werknemer is gewaarschuwd voor een loonstop, die uiteindelijk op 16 augustus 2022 heeft plaatsgevonden. Op verzoek van werknemer heeft het UWV een deskundigenoordeel gegeven. Die oordeelde dat het werk passend was. BSS verzoekt ontbinding van de arbeidsovereenkomst.  

Oordeel

Partijen zijn het erover eens dat de tussen hen bestaande arbeidsovereenkomst moet eindigen. De kantonrechter is het daarmee eens, omdat de arbeidsverhouding tussen partijen verstoord is geraakt doordat werknemer vanaf 24 maart 2022 (afgezien van één à twee dagen) niet meer is komen werken, ondanks het oordeel van zowel de bedrijfsarts als het UWV dat hij vanaf week 25/22 kon re-integreren volgens een opbouwschema dat per 29 augustus 2022 had moeten leiden tot volledige werkhervatting. De door werknemer in het geding gebrachte brieven van zijn huisarts en zijn psycholoog kunnen niet tot een ander oordeel leiden, omdat daarin geen of onvoldoende aanknopingspunten zijn te vinden die moeten leiden tot het oordeel dat werknemer als gevolg van ziekte niet kan werken, terwijl zijn huisarts en psycholoog bovendien ook niet de specifieke deskundigheid hebben om dat vast te stellen, althans het is niet gebleken dat zij daarover beschikken. Dat werknemer van de aldus ontstane situatie een ernstig verwijt kan worden gemaakt, zodanig dat dit in de weg staat aan de toekenning van de transitievergoeding, is onvoldoende gebleken. De arbeidsovereenkomst wordt ontbonden onder toekenning van de transitievergoeding.