Rechtspraak
Rechtbank Overijssel (Locatie Rotterdam), 5 maart 2024
ECLI:NL:RBROT:2024:2570
Feiten
Werknemer is sinds 13 oktober 2016 in dienst bij werkgeefster als rijinstructeur. In zijn arbeidsovereenkomst is een concurrentiebeding opgenomen. Werknemer heeft gemeld dat zijn overuren niet zijn uitbetaald over de periode januari tot juni 2023. Daarnaast heeft hij aangegeven dat in de loonstrook van september 2023 minder uren vermeld staan dan dat hij aan gewerkte uren in zijn agenda heeft staan. Werknemer heeft zich met ingang van 13 november 2023 ziek gemeld. Op 19 december 2023 hebben partijen met elkaar gesproken, onder leiding van een consultant van de arbodienst. De consultant heeft hiervan een verslag gemaakt. Hierin staat dat de consultant heeft geconstateerd dat de vertrouwensbreuk die tussen partijen is ontstaan, niet meer te herstellen blijkt. Werkgeefster verzoekt ontbinding van de arbeidsovereenkomst op de g-grond.
Oordeel
Werknemer heeft geen verweer gevoerd tegen het verzoek tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst. Hij is het met werkgeefster eens dat er een zodanige vertrouwensbreuk tussen hen is ontstaan, dat de arbeidsverhouding niet meer kan worden voortgezet. De conclusie is dat de kantonrechter het verzoek van werkgeefster zal toewijzen en dat de arbeidsovereenkomst wordt ontbonden. Omdat de arbeidsovereenkomst op verzoek van werkgeefster wordt ontbonden, heeft werknemer recht op een transitievergoeding. Berekend tot 1 juni 2024 komt de transitievergoeding uit op een bedrag van € 6.860,85. De kantonrechter oordeelt dat het enkele feit dat werknemer mogelijk bij een concurrerende onderneming in dienst treedt, hoe vervelend ook voor werkgeefster, geen door het concurrentiebeding beschermd belang van werkgeefster oplevert. Werkgeefster heeft geen omstandigheden aangevoerd waaruit volgt dat zij, wanneer werknemer overstapt naar een concurrerende rijschool, wordt aangetast in haar bedrijfsdebiet. Dat in dat geval mogelijk ook een aantal van zijn leerlingen overstappen, is daarvoor onvoldoende. Dit betekent dat werkgeefster geen rechtens te respecteren belang heeft bij handhaving van het concurrentiebeding. De kantonrechter concludeert daarom dat werknemer onbillijk wordt benadeeld door het concurrentiebeding en wijst het verzoek tot vernietiging van dit beding daarom toe.