Rechtspraak
Rechtbank Rotterdam (Locatie Rotterdam), 29 maart 2024
ECLI:NL:RBROT:2024:2886
Feiten
Werknemer is op 19 oktober 2021 bij DC River B.V in dienst getreden voor de duur van zes maanden. De arbeidsovereenkomst, die tweemaal is verlengd, is van rechtswege geëindigd op 18 april 2023. Naar aanleiding van de eindafrekening en een toen uitbetaalde transitievergoeding van € 188,54 bruto is tussen partijen een geschil ontstaan. Dit heeft geleid tot het verzoek DC River te veroordelen tot betaling aan werknemer van € 2.576,54 bruto aan transitievergoeding alsmede € 25.022,70 bruto aan loon. DC River is het niet eens met het verzoek. Wel heeft zij nog € 2.202,35 bruto aan transitievergoeding betaald.
Oordeel
Gedurende de procedure is enige onduidelijkheid ontstaan over de hoogte van de beloning van werknemer, hetgeen van invloed is op de verzochte transitievergoeding en het loon. Werknemer heeft ter zitting onweersproken gesteld en toegelicht dat zijn beloning veel lager ligt, namelijk op het niveau van een lichtmatroos in functiegroep G. Werknemer is vervolgens in de gelegenheid gesteld een herberekening te maken van zijn vordering. DC River is het grotendeels eens met deze nieuwe berekening. Gelet op het gewijzigde standpunt van DC River en de constatering dat partijen elkaar daardoor zodanig dicht zijn genaderd dat een minnelijke regeling tot de mogelijkheden lijkt te horen, wordt aanleiding gezien een nieuwe zitting te houden. Die zitting kan dan worden gebruikt om tot een oplossing van het geschil te komen anders dan door een beslissing van de kantonrechter.