Naar boven ↑

Rechtspraak

werknemer/werkgever
Rechtbank Rotterdam (Locatie Rotterdam), 17 april 2024
ECLI:NL:RBROT:2024:3426
Geslaagd beroep op artikel 7:653 BW: concurrentiebeding is zwaarder gaan drukken zodat het beding zijn geldigheid verliest en niet meer van toepassing is.

Feiten

Werknemer is in 2001 in dienst getreden bij de rechtsvoorgangster van AMF, Tromp Engineering B.V. Werknemer en AMF zijn een concurrentiebeding overeengekomen. Werknemer heeft ontslag genomen en wil per 1 april 2024 in dienst treden bij zijn nieuwe werkgever. AMF probeert die indiensttreding tegen te houden met een beroep op het concurrentiebeding. Werknemer vraagt daarom in dit kort geding schorsing van het concurrentiebeding.

Oordeel

De vordering van werknemer is spoedeisend; de arbeidsovereenkomst met AMF is per 1 april 2024 geëindigd en hij is nog niet in dienst getreden bij Vemag.nl omdat AMF hem niet wil ontheffen van het concurrentiebeding. De voorzieningenrechter gaat er, anders dan werknemer, van uit dat AMF en Vemag.nl in zekere mate concurrenten zijn.

Zwaarder drukken-criterium

Werknemer is op 23-jarige leeftijd in dienst getreden als demonstrateur/commercieel medewerker. Vervolgens blijkt uit elke promotie een verschuiving in verantwoordelijkheden: zo had werknemer die als demonstrateur alleen richting het verkoopteam terwijl hij als executive productmanager verantwoordelijkheden heeft die meerdere afdelingen binnen het bedrijf raken alsmede de aandeelhouders. De voorzieningenrechter is gelet hierop en gelet op de door partijen gegeven toelichting van oordeel dat het voldoende aannemelijk is dat sprake is van een wijziging van de arbeidsverhouding van ingrijpende aard. Daarbij komt dat de wijziging van de arbeidsverhouding niet redelijkerwijs te voorzien was, nu een showroom weliswaar een kweekvijver is voor commerciële talenten, maar een doorgroei  naar een (uiteindelijke) functie als executive productmanager niet was te voorzien, al was het maar omdat die functie niet bestond op datum indiensttreding. Doordat het beding op veel meer werkzaamheden is gaan zien, is het aanmerkelijk zwaarder gaan wegen. Daarbij telt ook dat het concurrentiebeding heel ruim is geformuleerd. Volgens het beding is het – kort gezegd – werknemer niet toegestaan gedurende drie jaar na uitdiensttreding wereldwijd een onderneming te starten of daarin (in)direct deel te nemen of daarvoor werkzaam te zijn of een dienstverband aan te gaan bij een concurrent van AMF die gelijk is aan de activiteiten van AMF. Werknemer wordt op deze manier dusdanig belemmerd in het vinden van een nieuwe gelijkwaardige baan dat het concurrentiebeding aanmerkelijk zwaarder is gaan drukken.