Rechtspraak
Feiten
Werknemer is tot eind 2023 als projectmanager werkzaam geweest voor MTE. Voor het verrichten van de werkzaamheden heeft MTE aan werknemer onder meer een laptop ter beschikking gesteld. Na beëindiging van de samenwerking is werknemer verzocht deze laptop in te leveren. Op 17 januari 2024 heeft werknemer meerdere spullen, waaronder de laptop, weer ter beschikking gesteld aan MTE. Volgens MTE bevatte de laptop bedrijfsgevoelige informatie over MTE en haar opdrachtgevers en heeft werknemer de bestanden van de laptop op een externe drive overgezet en van de laptop gewist. Volgens MTE gaat het specifiek om informatie over uitgevoerde projecten, informatie over nieuwe projecten, waaronder (raam)overeenkomsten tussen klanten, contactinformatie van klanten en correspondentie. Volgens MTE stonden deze bestanden alleen lokaal op de laptop en dus niet op de server van MTE. MTE maakt zich zorgen over mogelijk onrechtmatig gebruik van de gevoelige bedrijfsinformatie door werknemer, omdat hij inmiddels werkzaamheden verricht voor concurrerende bedrijven. MTE vordert onder meer dat werknemer de gekopieerde computerbestanden aan MTE overhandigt en dat werknemer na overhandiging de bestanden die hij nog in zijn bezit heeft, vernietigt; en een verbod om van deze bestanden gebruik te maken zonder schriftelijke toestemming van MTE.
Oordeel
Tussen partijen is niet in geschil dat werknemer zakelijke bestanden van MTE van de laptop heeft gekopieerd op een externe drive en vervolgens van de laptop heeft verwijderd. De vordering van MTE ziet op het overhandigen en vervolgens verwijderen van deze zakelijke bestanden door werknemer, terwijl werknemer zegt dat hij daartoe niet in staat is omdat hij deze bestanden definitief heeft gewist. Nog afgezien van het feit dat het een noch het ander kan worden vastgesteld, is de voorzieningenrechter van oordeel dat MTE onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat zij voldoende belang heeft bij toewijzing van de vordering. Allereerst is niet gebleken dat MTE en werknemer vooraf afspraken hebben gemaakt over het gebruik en de wijze van het inleveren van de zakelijke laptop. Het verweer van werknemer komt erop neer dat hij in de veronderstelling verkeerde dat de laptop schoon moest worden ingeleverd, waarbij MTE druk op hem uitoefende om de laptop snel in te leveren en dat hij daarom uit praktisch oogpunt alle bestanden van de laptop heeft gekopieerd en later heeft uitgezocht en verwijderd. Het is onduidelijk gebleven waarom MTE al deze informatie nodig heeft. MTE heeft nader verduidelijkt dat het met name gaat om gescande urenbriefjes voor de calculatie en facturatie van het Lyondell-project, maar werknemer heeft gemotiveerd toegelicht dat hij heeft begrepen dat de facturatie van het Lyondell-project al is afgerond. De noodzaak van het overhandigen van de informatie lijkt daarmee te zijn achterhaald. MTE heeft hier niet op gereageerd. MTE heeft tenslotte nog gesteld dat zij zorgen heeft dat de gevoelige bedrijfsinformatie op een onrechtmatige wijze door werknemer wordt gebruikt. Dat zij gegronde en concrete vrees heeft dat werknemer kwade bedoelingen heeft of al informatie op onrechtmatige wijze gebruikt, heeft MTE echter op geen enkele wijze onderbouwd. De vorderingen worden afgewezen.