Rechtspraak
Rechtbank Noord-Holland (Locatie Haarlem), 22 april 2024
ECLI:NL:RBNHO:2024:3930
Feiten
Werknemer is sinds 6 april 2020 in dienst bij Ilaria in de functie van ambulant begeleider, tegen een salaris van € 1.594,41 bruto per maand. Op 7 februari 2024 heeft Ilaria een brief aan werknemer verzonden, met als onderwerp: ‘Ontslagbrief als gevolg van gedwongen stopzetting van activiteiten als zorgaanbieder’. De inhoud is – in het kort – dat Ilaria vanwege bedrijfseconomische omstandigheden gedwongen is haar activiteiten als zorgaanbieder te beëindigen zodat de arbeidsovereenkomst van werknemer wordt opgezegd. Werknemer heeft op 26 februari 2024 per brief geprotesteerd tegen het ontslag en zich beschikbaar gehouden om de overeengekomen werkzaamheden te verrichten. Diezelfde dag heeft Ilaria te kennen gegeven dat er geen geld meer is om het loon te betalen. Per brief van 29 februari 2024 heeft werknemer de arbeidsovereenkomst opgezegd per 31 maart 2024. Werknemer verzoekt vernietiging van de opzegging van de arbeidsovereenkomst en Ilaria te veroordelen tot betaling van loon. Aan dit verzoek legt werknemer ten grondslag – kort weergegeven – dat geen sprake is van een rechtsgeldige opzegging omdat er geen ontslagvergunning van het UWV is en er daarnaast geen sprake is van een dringende reden.
Oordeel
De kantonrechter oordeelt als volgt. Ilaria heeft geen verweer gevoerd en is niet ter zitting verschenen. Het verweer van werknemer is derhalve niet gemotiveerd betwist, zodat moet worden aangenomen dat de opzegging niet voldoet aan de wettelijke eisen. Hieruit volgt dat de opzegging zoals verzocht zal worden vernietigd. Werknemer heeft recht op loon, omdat de opzegging wordt vernietigd en de arbeidsovereenkomst is blijven voortduren na 7 februari 2024. De vordering van werknemer tot loonbetaling zal daarom als onbetwist worden toegewezen. Werknemer heeft ook verzocht dat Ilaria veroordeeld wordt tot wedertewerkstelling. Dit verzoek wordt afgewezen omdat werknemer de arbeidsovereenkomst zelf heeft opgezegd tegen 1 april 2024. De arbeidsovereenkomst is dus al beëindigd. Het verzoek om Ilaria te veroordelen tot betaling van een transitievergoeding hoeft niet behandeld te worden omdat dit verzoek slechts is ingesteld voor het geval de opzegging niet wordt vernietigd.