Naar boven ↑

Rechtspraak

werknemer/BAM Bouw en Techniek B.V.
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden (Locatie Arnhem), 23 april 2024
ECLI:NL:GHARL:2024:2792
Werknemer had per 1 april 2017 tot projectbegeleider met indeling in hogere salarisschaal moeten worden benoemd. Werkgever veroordeeld tot nabetaling salaris (op basis van hogere salarisschaal) en re-integratiebonus.

Feiten

Werknemer was in dienst van BAM Bouw en Techniek B.V. (hierna: BAM). Op de arbeidsovereenkomst was de cao Bouwnijverheid (thans cao Bouw & Infra, hierna: de cao) van toepassing. Door een ongeval bij hem thuis is werknemer blijvend arbeidsongeschikt geraakt. De arbeidsovereenkomst is door BAM daarna opgezegd. Werknemer is van mening dat hij tijdens het dienstverband met BAM te laag is ingeschaald. Daarom heeft hij gevorderd dat de kantonrechter bepaalt dat hij in een hogere loonschaal had moeten worden ingedeeld. Deze vordering is in eerste aanleg afgewezen. Werknemer heeft hoger beroep ingesteld waarmee hij wil bereiken dat BAM wordt veroordeeld hem in deze hogere loonschaal in te delen. Verder gaat het hoger beroep nog om een andere vordering die de kantonrechter heeft afgewezen, te weten de re-integratiebonus op grond van de cao die BAM niet aan werknemer heeft uitbetaald. Het hof heeft in een tussenarrest (zie AR 2023-0626) geoordeeld dat werknemer in elk geval vanaf 1 april 2017 recht heeft op de hogere loonschaal 8 in plaats van 7. Op dat moment zou werknemer zijn benoemd tot projectbegeleider met indeling in schaal 8. Aan BAM is de gelegenheid gegeven een berekening op te stellen van het salaris dat werknemer op grond van deze indeling vanaf 1 april 2017 tot 2 mei 2018 (einde loondoorbetalingsverplichting) zou hebben moeten verdienen. Verder heeft het hof geoordeeld dat werknemer in principe recht heeft op de re-integratiebonus. Ook hiervoor is BAM gevraagd een berekening op te stellen.

Oordeel

Het hof oordeelt als volgt.

Nabetaling salaris

Het hof stelt voorop dat de rechter terughoudendheid moet betrachten bij de beoordeling van de beslissing van de werkgever in welke functieschaal een werknemer moet worden ingedeeld. BAM heeft uitgelegd dat per 1 april 2017 werknemer in functiegroep 7 was ingedeeld met een Relatieve Salaris Positie (hierna: RSP) van 91%. Bij de promotie naar salarisschaal 8 zou werknemer uitkomen op een RSP van 86%. Werknemer vindt dat moet worden gerekend met een RSP van 100%. Een dergelijk percentage moet volgens hem worden gezien als een inhaaleffect, omdat collega’s die precies dezelfde werkzaamheden verrichtten toen al in schaal 8 waren ingedeeld en dus wel correct werden beloond. Het hof onderschrijft dit argument niet. De vaststelling van de RSP geeft de waardering van de werkgever weer voor de prestaties van de werknemer en biedt een uitgangspunt voor de doorgroei naar een hoger loon, maar ziet niet op door werknemer verricht overwerk. Evenmin acht het hof doorslaggevend dat BAM zich niet zou hebben gehouden aan haar eigen loonhuis. In het licht van de door de rechter te betrachten terughoudendheid die hiervoor is genoemd heeft werknemer onvoldoende onderbouwd dat en waarom het eigen loonhuis van BAM zonder meer leidend is en BAM als werkgever niet de vrijheid heeft om daar in een specifiek geval van af te wijken. De bezwaren van werknemer tegen de berekening van BAM moeten worden gepasseerd. Dit leidt ertoe dat aan werknemer wordt toegewezen het door BAM berekende bedrag van € 2.175,96 bruto, te vermeerderen met de wettelijke rente.

Re-integratiebonus

Partijen zijn het erover eens dat moet worden gekeken naar de maanden september en oktober 2017, omdat dit de gunstigste maanden voor werknemer zijn, zodat ook het hof hiervan uitgaat. Werknemer heeft in die maanden gere-integreerd bij de eigen werkgever. Dit betreft de situatie die is opgenomen in artikel 79 lid 2 onder a van de cao. Voor de berekening van de bonus volgt het hof de berekening van BAM. In de cao is opgenomen dat het gaat om een aanvulling tot 100% van ‘het vast overeengekomen loon of salaris dat hij verdiende voordat hij arbeidsongeschikt werd’. Werknemer is op 2 mei 2016 arbeidsongeschikt geworden. Op dat moment werd hij beloond in schaal 7. De datum van 2 mei 2016 is bovendien gelegen vóór de datum van 1 april 2017 waarop naar het oordeel van het hof werknemer had moeten worden ingeschaald in schaal 8. Er zijn geen aanwijzingen voor de juistheid van de stelling van werknemer dat de re-integratiebonus moet worden gebaseerd op schaal 8, zodat deze stelling wordt verworpen. Als bonus wordt toegewezen een bedrag van € 753,44 bruto.