Rechtspraak
Rechtbank Rotterdam (Locatie Rotterdam), 26 april 2024
ECLI:NL:RBROT:2024:4478
Feiten
Werkneemster is in dienst bij Bubble Plus in de functie van schoonmaakster. Werkneemster heeft zich op 22 augustus 2022 ziek gemeld. Daarna heeft zij gedeeltelijk gewerkt. Op 20 juli 2023 is werkneemster volledig uitgevallen. Werkneemster vordert dat Bubble Plus haar loon vanaf november 2023 betaalt en dat Bubble Plus het achterstallige loon tot november 2023 voldoet. Ook vordert werkneemster dat Bubble Plus haar verlofuren corrigeert. Bubble Plus heeft erkend dat zij het loon vanaf november 2023 niet heeft betaald. De overige vorderingen heeft Bubble Plus onweersproken gelaten.
Oordeel
Bubble Plus heeft niet betwist dat werkneemster tot november 2023 nog recht heeft op een bedrag van € 222,86 bruto aan achterstallig loon. Daarnaast heeft Bubble Plus erkend dat zij vanwege financiële problemen het loon van € 1.844,71 bruto per maand vanaf november 2023 niet heeft betaald. Op grond van artikel 7:629 lid 1 BW is een werkgever verplicht het loon door te betalen in geval van arbeidsongeschiktheid van de werknemer. Het is dan ook voldoende aannemelijk dat de rechter in een bodemprocedure de vordering zal toewijzen. De door Bubble Plus aangevoerde financiële problemen waardoor zij niet meer in staat was om het loon te betalen, hoe vervelend ook voor Bubble Plus, ontheffen haar niet van haar betalingsverplichtingen. De kantonrechter is van oordeel dat Bubble Plus het loon van werkneemster tijdens ziekte vanaf november 2023 en het achterstallige loon van € 222,86 bruto tot november 2023 moet betalen. Bubble Plus heeft niet betwist dat zij de verlofuren van werkneemster moet corrigeren, in die zin dat haar verlofuren met 140 uren verhoogd moeten worden. Dit onderdeel van de vordering wordt daarom ook toegewezen.