Rechtspraak
Rechtbank Rotterdam (Locatie Rotterdam), 17 mei 2024
ECLI:NL:RBROT:2024:4808
Feiten
Debiteuren365 vordert in deze procedure van werkneemster een bedrag van € 7.640 plus buitengerechtelijke kosten en rente. Dit bedrag vordert zij op basis van een door werkneemster afgelegde en ondertekende verklaring en schuldbetekenis, waaruit zou volgen dat zij geld heeft weggenomen uit de kassalade bij Albert Heijn, waar zij heeft gewerkt, en dat het om een bedrag van € 8.000 zou gaan. Een deel daarvan heeft werkneemster terugbetaald, maar op het moment van dagvaarden moest zij nog € 7.640 betalen. Debiteuren365 heeft deze vordering van Albert Heijn overgenomen. Subsidiair baseert Debiteuren365 haar vordering op een onrechtmatige daad van werkneemster. In het tussenvonnis van 25 maart 2022 is overwogen dat de verklaring en schuldbetekenis die werkneemster heeft ondertekend vernietigbaar zijn omdat zij op het moment van het opstellen en ondertekenen daarvan minderjarig was, tenzij komt vast te staan dat de moeder van werkneemster hiervoor toestemming heeft gegeven (art. 1:234 lid 1 BW). Als vervolgens komt vast te staan dat wel toestemming is gegeven, is het aan Debiteuren365 om in het kader van het beroep van werkneemster op misbruik van omstandigheden aan te tonen dat werkneemster haar verklaring en de schuldbetekenis in volle vrijheid heeft afgelegd en ondertekend. Ten slotte moet Debiteuren365 nog de hoogte van haar schade als gevolg van het (niet in geschil zijnde) onrechtmatig handelen van werkneemster bewijzen. Tijdens de mondelinge behandeling op 6 juli 2022 is Debiteuren365 overeenkomstig haar aanbod daartoe, toegelaten om dit bewijs te leveren.
Oordeel
De kantonrechter oordeelt dat Debiteuren365 niet is geslaagd in het bewijs van haar stelling dat de moeder van werkneemster (telefonisch) toestemming heeft gegeven aan werkneemster om een schriftelijke verklaring en een schuldbekentenis te ondertekenen. De verklaringen die de als getuigen gehoorde medewerkers van Albert Heijn hebben afgelegd spreken elkaar op wezenlijke onderdelen tegen. Aan de andere kant heeft de moeder van werkneemster als getuige verklaard dat zij geen toestemming heeft gegeven en dat zij dat ook nooit zou hebben gedaan. Beiden getuigen hebben verschillend verklaard over het moment waarop de moeder van werkneemster is gebeld en het moment waarop aan werkneemster is verteld waarvan zij verdacht werd. X verklaart dat de moeder van werkneemster is gebeld voordat het gesprek plaatsvond en dat dat altijd gebeurt omdat het de procedure is dat er een ouder bij moet zijn en dat toen nog geen verdenking was uitgesproken. Y verklaart juist dat eerst de verdenking is uitgesproken, toen het gesprek plaatsvond en werkneemster haar verklaring heeft opgeschreven en dat daarna haar moeder is gebeld en dat dit nooit van tevoren gebeurt. Deze verschillen zijn vooral opmerkelijk, nu beide getuigen destijds in de leidinggevende functies van (assistent-)supermarktmanager werkzaam waren, en Albert Heijn een standaardprocedure volgt in geval van fraude. Een verklaring voor deze opmerkelijke verschillen ontbreekt. De verklaring van Y dat de moeder van werkneemster is gebeld en toen is gevraagd om toestemming en toestemming van haar is verkregen, overtuigt dan ook niet zonder meer. Tegenover die verklaring van Y staat de verklaring van de in contra-enquête als getuige gehoorde moeder van werkneemster. Anders dan Debiteuren365 betoogt, acht de kantonrechter deze getuigenverklaring bruikbaar. De omstandigheid dat de moeder van werkneemster bij de mondelinge behandeling aanwezig is geweest, maakt in dit geval niet dat zij over informatie beschikt die zij anders (in haar rol van getuige) niet had gehad. Ook de omstandigheid dat de gemachtigde van werkneemster aanvankelijk heeft aangekondigd dat werkneemster zelf zou worden gehoord, maar haar moeder is verschenen als getuige, maakt niet dat de getuigenverklaring terzijde moet worden geschoven. Nu het hier juist om de al dan niet door de moeder van werkneemster gegeven toestemming gaat, en Debiteuren365 de moeder van werkneemster tijdens het getuigenverhoor van deze getuige heeft kunnen bevragen, is Debiteuren365 niet in haar belangen geschaad door deze gang van zaken. De kantonrechter vindt de verklaring van de moeder van werkneemster geloofwaardig. De moeder van werkneemster weet zich weliswaar niet alles meer te herinneren, maar over de toestemming is zij duidelijk: die heeft zij niet gegeven en zou zij ook nooit geven. In de gegeven omstandigheden is dat ook aannemelijk; zij verklaart immers ook dat ze twijfels had bij de handgeschreven verklaring die van werkneemster zou zijn, dat ze het niet vond kloppen en dat ze om videobeelden als bewijs heeft gevraagd. Met de verklaring van de moeder van werkneemster is die van Y door werkneemster ontkracht. De vordering van Debiteuren365 wordt afgewezen.