Naar boven ↑

Rechtspraak

werknemer/Ella B.V.
Rechtbank Rotterdam (Locatie Rotterdam), 25 juni 2024
ECLI:NL:RBROT:2024:5835
Werkgever hoeft geen aanzegvergoeding, extra loon of extra vakantiegeld te betalen en ook geen nieuwe eindafrekening te verstrekken.

Feiten

Werknemer heeft van 1 april 2022 tot 31 maart 2024 in dienst bij Ella B.V. gewerkt. Werknemer wil van Ella een aanzegvergoeding ter hoogte van een maandloon, omdat Ella pas op 15 maart 2024 aan de aanzegverplichting zou hebben voldaan. Daarnaast wil werknemer dat Ella het loon voor alle gewerkte uren, het vakantiegeld en een eindafrekening betaalt. Ella stelt echter dat zij niets meer verschuldigd is aan werknemer.

Oordeel

De kantonrechter oordeelt dat Ella heeft voldaan aan de aanzegverplichting ex artikel 7:668 lid 1 BW door middel van een brief van 29 februari 2024. Werknemer erkent namelijk dat hij dit document heeft ondertekend. De administrateur van Ella verklaart dat hij dat heeft gezien. Werknemer beaamt ook dat de administrateur aanwezig was toen hij de brief kreeg en zijn handtekening heeft gezet. Volgens hem was dat op 15 maart 2024. Ella stelt en de administrateur verklaart dat dat op 29 februari 2024 was en in de brief staat die datum ook. Gelet op deze omstandigheden heeft werknemer de datum van het ondertekenen van de brief onvoldoende gemotiveerd betwist. Ella wordt niet veroordeeld om een nieuwe eindafrekening aan werknemer te geven. Werknemer heeft reeds een loonstrook ontvangen voor maart 2024 en heeft niet onderbouwd waarom deze loonstrook niet voldoet aan de eisen van artikel 7:626 BW. Werknemer heeft ook niet uitgelegd waarom hij voor de maanden januari en februari te weinig betaald zou hebben gekregen. Hoewel Ella betwist dat werknemer het aantal uren heeft gewerkt dat hij beweert, is het zelfs bij correcte uren onduidelijk waarom Ella nog iets zou moeten betalen. Voor de maand maart hoeft Ella ook niet meer te betalen dan zij al heeft gedaan. Werknemer heeft niet uitgelegd waarom het bedrag op de loonstrook onjuist zou zijn. Van maart is er geen urenstaat in het dossier en er is geen bewijs dat het aantal uitbetaalde uren niet klopt. Werknemer heeft daarnaast niet gesteld hoeveel uur hij in maart meer zou hebben gewerkt dan op de loonstrook staat. De eis om meer vakantiegeld te betalen wordt eveneens afgewezen. Werknemer baseert dit deel van zijn eis op de stelling dat Ella in januari, februari en maart 2024 te weinig loon heeft betaald. Dit kan echter niet worden vastgesteld op basis van de feiten die werknemer heeft genoemd. De eisen van werknemer worden afgewezen.