Naar boven ↑

Rechtspraak

Humanitas/werkneemster
Rechtbank Overijssel (Locatie Zwolle), 11 juli 2024
ECLI:NL:RBOVE:2024:3683
Werkgeefster verzoekt ontbinding van arbeidsovereenkomst vanwege (ernstig) verwijtbaar handelen door werkneemster. De kantonrechter wijst het ontbindingsverzoek toe. Ontbinding op kortst mogelijke termijn. Werkneemster heeft geen recht op enige ontslagvergoeding.

Feiten

Werkneemster is op 15 juli 2011 in dienst getreden bij Humanitas, in de functie van begeleider. Op 18 januari 2024 hebben partijen gesproken over de door werkneemster geregistreerde werktijd en reiskosten. Na dit gesprek heeft werkneemster zich ziekgemeld. Bij brief van 16 februari 2024 heeft (de gemachtigde van) Humanitas aan (de gemachtigde van) werkneemster onder meer laten weten dat werkneemster in de ogen van Humanitas de vermoedens van onregelmatigheden in de geregistreerde werktijd en reiskosten onvoldoende heeft kunnen weerleggen. De brief wordt afgesloten met een voorstel om te komen tot een beëindigingsovereenkomst. Dit voorstel is door werkneemster afgewezen. Humanitas verzoekt daarom de arbeidsovereenkomst met werkneemster te ontbinden, op de kortst mogelijke termijn en zonder toekenning van een transitievergoeding, primair op grond van (ernstig) verwijtbaar handelen of nalaten als bedoeld in artikel 7:669 lid 3 sub e BW, en subsidiair ontbinding op grond van artikel 7:669 lid 3 sub i BW wegens het bestaan van een combinatie van omstandigheden die zodanig zijn dat van Humanitas redelijkerwijs niet gevergd kan worden de arbeidsovereenkomst te laten voortduren.

Oordeel

De kantonrechter oordeelt als volgt. Werkneemster stelt dat Humanitas onvoldoende instructies heeft gegeven om op een correcte manier werk- en reistijd te registreren, zodat, aldus werkneemster, Humanitas klaarblijkelijk niet al te zwaar tilt aan het correct registreren van werk- en reistijd. Humanitas heeft aan de hand van producties voldoende aannemelijk gemaakt dat werkneemster instructies heeft ontvangen hoe zij tijd en kosten moet registreren en verrichte werkzaamheden moet rapporteren alsmede het belang ervan. Het gaat Humanitas niet om een enkele slordigheid of onachtzaamheid, maar om serieuze vermoedens van fraude van structurele aard en dat werkneemster die vermoedens niet heeft weten te weerleggen. Humanitas heeft op een overtuigende wijze met vele concrete voorbeelden en data gedetailleerd uitgelegd waarom door werkneemster geschreven werk- en reistijden niet kunnen kloppen. Het lag vervolgens op de weg van werkneemster om de door Humanitas ontdekte discrepanties te verklaren. Dat heeft zij niet gedaan. Werkneemster heeft slechts haar blote betwisting gehandhaafd dat zij wel degelijk correct werk- en reistijd heeft geschreven. Dit is onvoldoende. Werkneemster heeft aangevoerd dat zij zich niet meer kan herinneren welke werkzaamheden zij vorig jaar op een specifieke dag heeft verricht. Dat kan zo zijn, maar werkneemster had op zijn minst in het gesprek op 18 januari 2024 opheldering kunnen verschaffen toen Humanitas haar vragen stelde over de gerezen twijfels bij de tijdsregistraties van de maanden december 2023 en januari 2024. Werkneemster is er ook toen niet in geslaagd om een overtuigende verklaring te geven. De kantonrechter is daarom van mening dat werkneemster ten koste van Humanitas over een langere periode frequent en structureel werktijd en reiskosten heeft geschreven en gedeclareerd, terwijl zij de werkzaamheden en reizen die hieraan ten grondslag zouden liggen niet of niet in de mate die uit de registraties voortvloeit, heeft verricht respectievelijk gemaakt. Dit handelen noopt tot de conclusie dat werkneemster ernstig verwijtbaar heeft gehandeld dan wel nagelaten in de zin van artikel 7:669 lid 3 sub e BW. Omdat sprake is van ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van werkneemster zal de kantonrechter de arbeidsovereenkomst met ingang van 12 juli 2024 ontbinden, zonder inachtneming van een opzegtermijn en zonder toekenning van een transitievergoeding en billijke vergoeding.