Naar boven ↑

Rechtspraak

Vakmeesters B.V./Bouwbuddy B.V.
Gerechtshof 's-Hertogenbosch (Locatie 's-Hertogenbosch), 18 juni 2024
ECLI:NL:GHSHE:2024:1979
Is werkgever jegens inlener aansprakelijk voor schade die de uitgezonden werknemer aan de inlener heeft toegebracht?

Feiten

Vakmeesters maakt bij de uitvoering van haar werkzaamheden regelmatig gebruik van uitzendkrachten. Wanneer zij een uitzendkracht nodig heeft, neemt zij telefonisch contact op met Bouwbuddy die vervolgens regelt dat een uitzendkracht aan haar ter beschikking wordt gesteld. De opdracht om een uitzendkracht ter beschikking te stellen wordt steeds mondeling gegeven. Tussen partijen bestaat geen schriftelijke overeenkomst waarin is vastgelegd onder welke voorwaarden de uitzendkracht beschikbaar wordt gesteld. Partijen werken al enkele jaren op deze manier met elkaar samen. Op de facturen voor de geleverde diensten voor het ter beschikking stellen van uitzendkrachten stond aanvankelijk alleen de naam van Bouwbuddy.  Op 3 maart 2021 maakte Vakmeesters gebruik van de diensten van X. Tijdens het besturen van de bedrijfsbus van Vakmeesters is X in slaap gevallen. Hierdoor vond een eenzijdig ongeval plaats, waarbij de bedrijfsbus is omgevallen en beschadigd. Vakmeesters heeft als gevolg hiervan in totaal € 11.572,20 aan schade geleden. Vakmeesters heeft voor die schade zowel Bouwbuddy als X aansprakelijk gesteld. Vakmeesters stelt Bouwbuddy aansprakelijk voor het nog openstaande bedrag aan schade. Met verwijzing naar onder andere de van toepassing zijnde algemene voorwaarden heeft Bouwbuddy aansprakelijkheid van de hand gewezen. In eerste aanleg heeft de kantonrechter de vordering van Vakmeesters afgewezen en haar in de proceskosten veroordeeld. Vakmeesters heeft hoger beroep ingesteld.

Oordeel

Het hof is van oordeel dat de door Bouwbuddy uit te lenen werknemer, in dit geval X, niet te beschouwen is als hulppersoon waarvan Bouwbuddy bij de uitvoering van de overeenkomst gebruikmaakt (artikel 6:76 BW). Vakmeesters heeft in hoger beroep erkend dat zij geen nadere afspraken heeft gemaakt over de kwaliteiten van de aan haar ter beschikking te stellen uitzendkrachten. X heeft op verzoek van Vakmeesters haar bedrijfsbus bestuurd en een ongeval veroorzaakt waarbij de bus is omgevallen, maar dit betekent niet dat Bouwbuddy tekort is geschoten in de op haar rustende verbintenis om werknemer aan Vakmeesters uit te lenen (artikel 6:74 BW). Anders dan Vakmeesters heeft betoogd, kan die verbintenis gelet op de onderhavige feiten en omstandigheden in redelijkheid niet zo worden uitgelegd dat alleen personeel ter beschikking zou worden gesteld dat niet onzorgvuldig en niet onrechtmatig zou handelen en daardoor geen schade bij Vakmeesters zou veroorzaken. Het gaat hier dus om het ter beschikking stellen van een “werknemer”. Dat een werknemer bij de uitvoering van de overeenkomst fouten kan maken en schade kan berokkenen, is een feit van algemene bekendheid. In artikel 7:661 BW heeft de wetgever een regeling opgenomen die ziet op de situatie dat een werknemer bij de uitvoering van de overeenkomst schade toebrengt aan de werkgever of aan een derde jegens wie de werkgever tot vergoeding van die schade is gehouden. In dat geval is hij jegens de werkgever niet aansprakelijk voor deze schade, tenzij de schade een gevolg is van zijn opzet of bewuste roekeloosheid. Dat Bouwbuddy zich dus contractueel jegens Vakmeesters zou hebben verbonden om een werknemer ter beschikking te stellen die geen fouten maakt en dus geen schade zou kunnen toebrengen bij de uitvoering van de overeenkomst, is dan ook mede in dit licht bezien geen redelijke uitleg van de inhoud van de overeenkomst. Ook op grond van artikel 6:170 BW is Bouwbuddy niet aansprakelijk. Bouwbuddy had geen zeggenschap over de gedragingen waarin de fout van X was gelegen. Vakmeesters heeft immers erkend dat X op haar verzoek de bedrijfsbus heeft bestuurd. Een werknemer van Vakmeesters zat op de bijrijdersstoel en tijdens de rit is X in slaap gevallen, waardoor de bus is omgeslagen en beschadigd, aldus Vakmeesters. Gesteld noch gebleken is dat Bouwbuddy enige zeggenschap met betrekking tot het besturen van de bedrijfsbus had. Het hof bekrachtigt de bestreden beschikking.