Rechtspraak
Rechtbank Noord-Holland (Locatie Zaanstad), 10 juli 2024
ECLI:NL:RBNHO:2024:6778
Feiten
Albert Heijn e-Commerce (hierna: e-Commerce) verzorgt de verwerking en bezorging van bestellingen in de online supermarkt van Albert Heijn. De diensten worden verricht vanuit Home Shop Centers (hierna: HSC’s). In de loop van de tijd is gebleken dat de pauzetijden verschilden tussen HSC’s. Dit heeft uiteindelijk geleid tot een definitieve instemmingsaanvraag voor een gestandaardiseerd pauzeprofiel. Eind 2022 heeft de Ondernemingsraad Albert Heijn e-Commerce (hierna: OR) aan e-Commerce laten weten onder enkele voorwaarden te kunnen instemmen met het pauzeprofiel. In april 2023 heeft e-Commerce medegedeeld dat het pauzeprofiel per mei 2023 in zal gaan. Later die maand heeft de OR aan e-Commerce bericht dat het ingevoerde pauzeprofiel niet overeenstemt met het profiel waarvoor toestemming is gegeven. E-Commerce heeft toegezegd hierop terug te komen wat niet is gebeurd. In januari 2024 heeft de OR het pauzeprofiel opnieuw aan de orde gesteld. Reagerend daarop heeft e-Commerce het standpunt ingenomen dat het besluit van april 2023 onaantastbaar is geworden, omdat de nietigheid niet tijdig is ingeroepen. In reactie daarop heeft de OR de nietigheid ingeroepen en is hij vervolgens de onderhavige procedure begonnen. In 2023 heeft e-Commerce besloten de medezeggenschapsstructuur te wijzigen naar een Gezamenlijke Ondernemingsraad van Albert Heijn Online B.V. (hierna: GemOR). De OR is daardoor opgehouden te bestaan per 1 mei 2024. De OR heeft dit besluit aangevochten, welk verzoek is afgewezen. In december 2023 heeft e-Commerce de OR de toezegging gedaan dat lopende rechtszaken die door de OR zijn aangespannen kunnen worden voortgezet. De GemOR heeft op 24 mei 2024 te kennen gegeven de door de OR gestarte onderhavige procedure niet voort te willen zetten. De OR verzoekt de kantonrechter op grond van artikel 27 lid 6 WOR te oordelen dat het besluit van e-Commerce van 31 januari 2024 nietig is, om e-Commerce te verplichten de uitvoering van het pauzeprofiel stop te zetten en het pauzeprofiel waar wel instemming voor is verkregen binnen een maand uit te voeren.
Oordeel
De kantonrechter oordeelt als volgt. In deze zaak ligt ten eerste de vraag voor of de OR procesbevoegd is. In beginsel komt procesbevoegdheid alleen toe aan natuurlijke en rechtspersonen. De OR is geen van beide en heeft slechts procesbevoegdheid in gevallen waarin de wet of de rechter deze aan hem toekent. In beginsel wordt voor ondernemingsraden de procesbevoegdheid geregeld in de WOR. In uitzonderlijke gevallen kan procesbevoegdheid worden aangenomen als dat in het belang is van een doelmatige vervulling van de taak van de ondernemingsraad, het noodzakelijk is om de belangen van de ondernemingsraad te waarborgen of het niet mgoen procederen leidt tot een gebrek in de rechtsbescherming. Nu de OR per 1 mei 2024 is opgehouden te bestaan kent de Wor de OR geen procesbevoegdheid toe. De procesbevoegdheid ligt nu bij de GemOR. Op grond van artikel 32 lid 2 WOR kunnen de ondernemingsraad en de ondernemer afspreken dat aan de ondernemingsraad meer bevoegdheden toekomen. Dit beroep slaagt niet. Nog daargelaten of het artikel ook ziet op de bevoegdheid van procederen, is in dit geval geen overeenkomst tot stand gekomen. De toezegging was onderdeel van een aantal onderlinge afspraken om een gerechtelijke procedure te voorkomen. Daarover is geen overeenstemming bereikt en uiteindelijk is de onderhavige procedure toch gevoerd. Daarom is geen sprake van een bindende toezegging. Het beroep van de OR op artikel 5a WOR is niet voldoende toegelicht en het standpunt van Albert Heijn dat die bepaling niet van toepassing is op deze situatie is onvoldoende weersproken. Van bijzondere omstandigheden op grond waarvan procesbevoegdheid moet worden aangenomen is niet gebleken. Het is onvoldoende aannemelijk geworden dat de procesbevoegdheid nodig is voor een doelmatige vervulling van de taak. Bovendien heeeft de GemOR de procedure niet aanhanging gemaakt. De werknemers zijn door middel van de GemOR nog steeds vertegenwoordigd. De OR wordt niet-ontvankelijk verklaard.