Naar boven ↑

Rechtspraak

Gemeente Kerkrade/werkneemster
Rechtbank Limburg (Locatie Maastricht), 11 december 2023
ECLI:NL:RBLIM:2023:7645
Een ambtenaar van de gemeente Kerkrade zoekt niet functioneel gegevens op in de basisregistratie persoonsgegevens (BRP). De kantonrechter overweegt de arbeidsovereenkomst te ontbinden op de e-grond, tenzij de ambtenaar kan bewijzen dat er sprake was van een afdeling met een cultuur van frequent ongeoorloofd opvragen en weinig toezicht.

Feiten

Werkneemster is vanaf 2015 werkzaam bij de gemeente Kerkrade. Op 9 december 2020 heeft werkneemster de ambtsbelofte afgelegd. Werkneemster heeft, vanwege haar functie, toegang tot de basisregistratie persoonsgegevens (hierna: BRP). Op 5 mei 2023 heeft de gemeente een melding ontvangen van een burger: de nicht van werkneemster. De meldster klaagt daarin dat derden op de hoogte zijn van zaken over haar geadopteerde kind, terwijl die informatie volgens haar alleen bij de gemeente bekend is. Uit een door de gemeente verricht onderzoek blijkt dat werkneemster in de periode tussen april 2022 en juni 2023 meermaals de persoonsgegevens van meldster heeft geraadpleegd in de BRP. Op 12 juni 2023 heeft naar aanleiding van die eerste onderzoeksbevindingen een gesprek plaatsgevonden tussen werkneemster, de integriteitscoördinator en het afdelingshoofd. In dit gesprek heeft werkneemster meerdere verklaringen gegeven voor haar raadplegingen in de BRP. Voor sommige raadplegingen weet zij de reden niet meer. Daarnaast is werkneemster in het gesprek medegedeeld dat zij geschorst wordt en dat het onderzoek zal worden voortgezet. Uit nader onderzoek blijkt dat werkneemster ook de gegevens van de partner en kinderen van meldster heeft geraadpleegd. Op 14 juni 2023 heeft werkneemster bij de gemeente bezwaar gemaakt tegen de schorsing en heeft zij verzocht om haar werkzaamheden te mogen hervatten. Op 16 juni 2023 heeft werkneemster zich ziekgemeld bij de afdeling P&O. Diezelfde dag heeft werkneemster opnieuw gesproken met de integriteitscoördinator en het afdelingshoofd. Werkneemster heeft bij dit gesprek min of meer dezelfde verklaringen gegeven voor de door haar verrichte raadplegingen. Bij brief van 28 juni 2023 heeft de gemeente aan werkneemster meegedeeld dat de gemeente voornemens is een verzoek tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst in te dienen. De gemeente verzoekt tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst primair op grond van een tekortkoming in de nakoming van de arbeidsovereenkomst (artikel 7:686 BW) en subsidiair op de e-grond (artikel 7:669 lid 3 sub e BW).

Oordeel

De kantonrechter oordeelt als volgt. Er kan nog geen eindbeslissing gegeven worden over de verzochte ontbinding. Het staat vast dat werkneemster de gegevens over haar nicht en het gezin van haar nicht heeft geraadpleegd in de BRP. Daarnaast vindt de kantonrechter het begrijpelijk dat werkneemster niet in detail kan aangeven met welk doel de raadplegingen in de BRP zijn gedaan, maar werkneemster heeft geen verklaring gegeven voor het grote aantal raadplegingen. Ook heeft zij geen plausibele verklaring gegeven waarom het functioneel noodzakelijk was om de gegevens van de gezinsleden van haar nicht te raadplegen. Aan het verwijt van de gemeente, dat werkneemster geen open kaart heeft gespeeld over het waarom van de raadplegingen, wordt geen betekenis gehecht. De gemeente maakt werkneemster wel terecht het verwijt dat zij meermaals zonder functionele redenen in de BRP de gegevens van haar nicht en gezin heeft geraadpleegd. Het raadplegen van de BRP zonder functionele redenen is zonder meer aan te merken als niet-integer gedrag van werkneemster. De kantonrechter is echter van oordeel dat dit gegeven op zichzelf genomen onvoldoende is om tot de conclusie te komen dat sprake is van ernstige wanprestatie aan de zijde van werkneemster of van ernstig verwijtbaar gedrag. Van kwade bedoelingen van werkneemster is immers niets gebleken. Meer specifiek is niet komen vast te staan dat werkneemster vertrouwelijke informatie van haar nicht en het gezin van haar nicht naar buiten heeft gebracht. Verder hecht de kantonrechter waarde aan het feit dat (als onbetwist) vaststaat dat werkneemster dagelijks veelvuldig (om functionele redenen) de BRP moet raadplegen. Als gevolg daarvan ligt het gevaar op de loer dat de betreffende medewerker in de loop van de tijd minder alert is op het feit dat dergelijke raadplegingen steeds functioneel moeten zijn. Nergens is uit gebleken dat de gemeente van dit gevaar is doordrongen en haar ambtenaren op dit specifieke punt “scherp” houdt. De kantonrechter is wel van oordeel dat werkneemster in beginsel zodanig verwijtbaar heeft gehandeld dat de arbeidsovereenkomst op grond daarvan ontbonden dient te worden. Het veelvuldig niet-functioneel raadplegen van de BRP-gegevens van haar nicht en haar gezin is niet-integer gedrag, hetgeen met zich meebrengt dat van de gemeente redelijkerwijs niet kan worden gevergd de arbeidsovereenkomst te laten voortduren. Dat is echter anders als vast komt te staan dat het binnen de desbetreffende functie gebruikelijk is dat de BRP vaker niet-functioneel geraadpleegd wordt. De kantonrechter staat werkneemster toe om dit te bewijzen door getuigen te horen. In afwachting van het door werkneemster te leveren bewijs wordt iedere verdere beslissing aangehouden.