Naar boven ↑

Rechtspraak

Generali Participations Netherlands N.V./werknemer
Rechtbank Amsterdam (Locatie Amsterdam), 18 maart 2024
ECLI:NL:RBAMS:2024:3772
Verzoek tot ontbinding arbeidsovereenkomst met manager Corporate Risk Management and Compliance afgewezen. Hoewel werknemer mogelijk verwijt treft ter zake van gebruik zakelijke creditcard in noodsituatie, is de manier waarop werkgever hiermee is omgegaan buiten proportie.

Feiten

Werknemer treedt op 27 juli 2016 in dienst bij Generali Participations Netherlands N.V. (hierna: GPN) en werkt sinds 1 november 2021 als manager Corporate Risk Management and Compliance. In juli 2023 ontvangt hij een zakelijke creditcard van GPN. Op 12 augustus 2023 gebruikt hij deze creditcard voor privédoeleinden in Porto, Portugal, vanwege problemen met andere betaalmethoden. Hij meldt dit de volgende dag aan de CEO en HR. Werknemer ontving zelf geen afschriften van de creditcard van GPN. Begin september 2023 werd aan GPN bekend dat in totaal € 383,03 was afgeschreven voor de kosten van het gebruik van de huurauto. GPN heeft dat bedrag niet verrekend met het salaris van werknemer. Op 26 september 2023 informeert de CEO werknemer dat GPN zijn dienstverband wil beëindigen en biedt een vaststellingsovereenkomst aan. Werknemer voelt dit als een ontslag op staande voet en zoekt juridisch advies, waarna hij niet tekent. Hij wordt feitelijk op non-actief gesteld, maar zijn salaris wordt doorbetaald. De CEO wil de volgende dag met werknemer en een collega spreken over de overdracht van werkzaamheden. Werknemer bericht diezelfde dag de CEO dat hij de beëindiging als onverwacht en onterecht beschouwt. GPN verzoekt ontbinding van de arbeidsovereenkomst, primair wegens ernstig verwijtbaar handelen, subsidiair wegens een verstoorde arbeidsverhouding en meer subsidiair op basis van de cumulatiegrond. GPN verzoekt ook veroordeling van werknemer tot terugbetaling van € 34.617 aan studiekosten. GPN stelt dat werknemer, als interne toezichthouder, een voorbeeldfunctie heeft en dat het gebruik van de creditcard voor privédoeleinden het vertrouwen heeft geschaad. Tevens beweert GPN dat de vorige gemachtigde van werknemer ongefundeerde beschuldigingen tegen de CEO heeft geuit. Werknemer verzet zich tegen het ontbindingsverzoek. Hij betwist ernstig verwijtbaar handelen en stelt dat de kwestie met de creditcard verkeerd is aangepakt. Hij ging ervan uit dat GPN het bedrag met zijn salaris zou verrekenen en is overvallen door de mededeling over beëindiging van zijn dienstverband.

Oordeel

De kantonrechter oordeelt dat het verweer van werknemer gegrond is. Hoewel werknemer mogelijk een verwijt treft voor het gebruik van de creditcard in een noodsituatie, is de manier waarop GPN hiermee is omgegaan buiten proportie, vooral gezien zijn functie. Werknemer meldde de kwestie direct en wachtte enige tijd om te weten welk bedrag hij moest terugbetalen of verrekenen. Hij mocht ervan uitgaan dat GPN het bedrag met zijn salaris zou verrekenen, en eventuele vertraging hierin kan hem niet worden aangerekend. Bovendien is het buiten proportie dat GPN de opmerking van de vorige gemachtigde van verweerder over 'meten met twee maten' gebruikte om te besluiten tot beëindiging van het dienstverband. GPN heeft zich niet als een goed werkgever gedragen en heeft het beginsel van hoor en wederhoor geschonden. Daarom worden het ontbindingsverzoek en het verzoek om terugbetaling van studiekosten afgewezen, en wordt het tegenverzoek tot wedertewerkstelling toegewezen.