Rechtspraak
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden (Locatie Arnhem), 15 juli 2024
ECLI:NL:GHARL:2024:4645
Feiten
Werknemer is vanaf 10 mei 2022 in dienst bij Kimro Transport BV (hierna: Kimro) als internationaal chauffeur. Op 6 februari 2023 heeft hij de arbeidsovereenkomst mondeling opgezegd en op 23 februari 2023 heeft hij voor het laatst gewerkt. Partijen zijn het niet eens over de vraag of Kimro wel aan al haar betalingsverplichtingen heeft voldaan, welke bedragen zij mocht verrekenen en of werknemer nog iets aan Kimro verschuldigd is. De kantonrechter heeft in eerste aanleg geoordeeld dat Kimro aanspraak heeft op betaling van de gefixeerde schadevergoeding van € 3.213,31 bruto, voor recht verklaard dat Kimro haar schuld uit de eindafrekening van € 2.430,78 netto terecht heeft verrekend met de gefixeerde schadevergoeding en dat zij per saldo nog € 782,53 netto van werknemer te vorderen heeft, werknemer veroordeeld tot betaling van voornoemd bedrag en Kimro veroordeeld tot betaling van € 800,66 netto aan werknemer wegens achterstallig loon (wegens werken in het weekend). Werknemer stelt zich in hoger beroep onder meer op het standpunt dat zijn verzoeken met betrekking tot de betaling van achterstallig loon over 2022 en 2023 alsnog dienen te worden toegewezen. Werknemer heeft ter onderbouwing van zijn verzoek een aantal door hem zelf opgestelde urenspecificaties overgelegd, die afwijken van de urenregistratie van Kimro.
Oordeel
Het hof oordeelt als volgt. Werknemer heeft uitgelegd dat de in hoger beroep overgelegde urenspecificaties zijn gemaakt op basis van een door werknemer tijdens het dienstverband in een boekje bijgehouden urenoverzicht. Werknemer gaf daarbij desgevraagd te kennen dat hij dit overzicht nooit met Kimro heeft gedeeld of besproken en Kimro tijdens het dienstverband evenmin heeft laten weten dat zijn registratie afwijkt van die van Kimro, die zich op haar beurt juist baseert op de mede door werknemer zelf ingevoerde gegevens in de tachograaf. Bij die stand van zaken is het hof met de kantonrechter van oordeel dat bij de berekening van het achterstallig loon niet kan worden uitgegaan van de gegevens van werknemer, maar dat de door Kimro verstrekte informatie gebaseerd op de tachograafgegevens als leidend moet worden beschouwd. Dat deze gegevens niet juist zijn is niet komen vast te staan. Het hof is echter, anders dan de kantonrechter, van oordeel dat werknemer wel recht heeft op de wettelijke verhoging over het achterstallig loon wegens het werken in het weekend van € 1269,48 bruto (€ 800,66 netto, in eerste aanleg toegewezen), en wijst dit deel van het verzoek alsnog toe. Dat partijen in het verleden kennelijk hebben afgesproken dat werknemer geen aanspraak heeft op de in de cao opgenomen zondagtoeslag, doet niet ter zake. De cao is immers op dit punt dwingendrechtelijk van aard en gaat dus voor op deze afspraak, zoals Kimro erkent. Kimro was verplicht de cao na te leven. Nu zij dat niet heeft gedaan is er alle reden de volledige wettelijke verhogingen toe te wijzen omdat duidelijk is dat zij opeisbare loonbestanddelen te laat heeft betaald.