Rechtspraak
Rechtbank Midden-Nederland (Locatie Utrecht), 24 juli 2024
ECLI:NL:RBMNE:2024:4355
Feiten
Werkneemster is vanaf 14 september 2015 in dienst van werkgeefster. In de schriftelijke arbeidsovereenkomst is onder andere een concurrentie- en een relatiebeding met boetebepaling opgenomen. Werkneemster heeft op 24 februari 2023 haar arbeidsovereenkomst opgezegd met inachtneming van de opzegtermijn, per 1 april 2023. Werkneemster heeft hiervoor als reden genoemd dat zij een andere baan had gevonden, maar zij heeft niet verteld bij welk bedrijf. Werkgeefster is begin/medio 2023 klanten kwijtgeraakt waarmee zij al jaren zaken deed. Werkgeefster kreeg vervolgens het vermoeden dat werkneemster en haar nieuwe werkgeefster na haar vertrek concurrerende activiteiten zijn gaan ondernemen. Werkgeefster heeft daarom onderzoek laten doen door een bedrijfsrecherchebureau. Werkgeefster heeft op 27 oktober 2023 zowel werkneemster als de nieuwe werkgeefster aangeschreven en geconfronteerd met haar ontdekking dat zij werkzaamheden verrichten voor een onderneming die onderdeel uitmaakt van Excent Groep. Werkgeefster heeft werkneemster erop gewezen dat het concurrentiebeding in de arbeidsovereenkomst haar verbiedt om na einde dienstverband werkzaamheden te verrichten die concurrerend zijn. Werkgeefster heeft werkneemster vervolgens gesommeerd de werkzaamheden te staken en verzocht de verschuldigde boete te voldoen. Op 12 november 2023 heeft werkgeefster de nieuwe werkgeefster medegedeeld dat zij onrechtmatig handelt door werkneemster in dienst te hebben en gesommeerd het dienstverband met werkneemster te verbreken.
Oordeel
Tussen partijen is niet in geschil dat de nieuwe werkgeefster een concurrerende onderneming is, omdat zij net als werkgeefster ook hulpmiddelen voor orthodontie maakt. Werkneemster heeft gesteld dat het concurrentiebeding met terugwerkende kracht vernietigd dient te worden omdat zij in verhouding tot het te beschermen belang van werkgeefster door het beding onbillijk wordt benadeeld. De kantonrechter is van oordeel dat werkneemster door het concurrentiebeding in verhouding tot het te beschermen belang van werkgeefster niet onbillijk wordt benadeeld. Werkneemster heeft voldoende aangetoond dat haar bedrijfdebiet door de overstap van werkneemster naar de nieuwe werkgeefster is geschaad. Werkneemster heeft niet weersproken dat werkgeefster en de nieuwe werkgeefster opdrachten uitvoeren voor dezelfde (potentiële) klanten door heel Nederland. Werkgeefster heeft aan de hand van verkoopgegevens van vier klanten, over de jaren 2021 tot en met 2023, voldoende onderbouwd dat zij tijdens en kort na afloop van het dienstverband met werkneemster ‘vaste’ klanten, is kwijtgeraakt, in die zin dat zij aan deze vaste klanten niet meer heeft verkocht. Hiertegenover staat het belang van werkneemster. De stelling van werkneemster dat het concurrentiebeding voor haar neerkomt op een beroepsverbod omdat het voor haar dan onmogelijk is om bij een andere producent van apparatuur voor orthodontie te werken, heeft werkgeefster voldoende weersproken door erop te wijzen dat werkneemster ook kan gaan werken bij een bedrijf dat zich uitsluitend bezighoudt met algemene tandtechniek en niet met orthodontische tandtechniek, wat niet met werkgeefster concurrerend is. De kantonrechter is van oordeel dat het belang van werkneemster om voor de nieuwe werkgeefster te kunnen werken, met de voordelen die deze werkzaamheden voor haar hebben meegebracht, niet van zodanig zwaar gewicht is, dat zij door het concurrentiebeding in verhouding tot het belang van werkgeefster om haar bedrijfsdebiet te beschermen, onbillijk wordt benadeeld. De kantonrechter is van oordeel dat de contractuele boete in dit geval met toepassing van bovenstaande maatstaf moet worden gematigd tot € 20.000.
Nieuwe werkgeefster moet een schadevergoeding betalen
Nu de kantonrechter hiervoor heeft geoordeeld dat werkneemster door indiensttreding bij de nieuwe werkgeefster het concurrentiebeding overtreedt, is daarmee in beginsel gegeven dat de nieuwe werkgeefster onrechtmatig heeft geprofiteerd van de wanprestatie van werkneemster dan wel dat zij onrechtmatig heeft gehandeld. De kantonrechter komt tot het oordeel dat de nieuwe werkgeefster aansprakelijk is voor de door werkgeefster geleden schade als gevolg van haar onrechtmatig handelen c.q. onrechtmatig profiteren van de wanprestatie van werkneemster. De kantonrechter zal de nieuwe werkgeefster veroordelen tot het betalen van een schadevergoeding op te maken bij staat.