Naar boven ↑

Rechtspraak

werknemer/werkgeefster
Rechtbank Zeeland-West-Brabant (Locatie Tilburg), 5 juni 2024
ECLI:NL:RBZWB:2024:5502
Geen nieuwe arbeidsovereenkomst of stilzwijgende voortzetting nadat werknemer de pensioengerechtigde leeftijd heeft bereikt.

Feiten

Werknemer is op 18 februari 2001 bij de rechtsvoorgangster van Albert Heijn B.V. in dienst getreden. In de onderhavige arbeidsovereenkomst is bepaald dat de cao Logistiek op de arbeidsovereenkomst van toepassing is. In artikel 1.5 van de cao Logistiek 2021-2023 is het volgende bepaald: “Het dienstverband eindigt van rechtswege bij het aanbreken van de AOW-gerechtigde leeftijd van de medewerker”. Werknemer heeft per e-mail van 25 oktober 2021 aan zijn teamleidster gevraagd om mee te werken aan zijn verzoek om een jaar langer bij Albert Heijn te blijven (hetzelfde rooster en dito arbeidsvoorwaarden). Albert Heijn heeft werknemer uiteindelijk geen doorwerkcontract aangeboden, maar wel laten weten dat werknemer één jaar langer mag doorwerken, zo stelt werknemer. Werknemer stelt zich op het standpunt dat hij en Albert Heijn vóór zijn AOW-gerechtigde leeftijd overeenstemming hebben bereikt over de essentialia van zijn arbeidsovereenkomst op basis waarvan er vanaf zijn AOW-gerechtigde leeftijd, te weten vanaf 17 juli 2022, een nieuwe arbeidsovereenkomst voor de duur van 1 jaar tot stand is gekomen. Albert Heijn stelt dat uit de discussie die partijen hadden, blijkt dat over de arbeidsovereenkomst na de AOW-datum en de ingangsdatum van het pensioen geen overeenstemming bestond. Voorts stelt zij dat partijen het niet eens waren over de voorwaarden waaronder werknemer na 17 juli 2022 kon doorwerken. Partijen hadden dus ook geen overeenstemming bereikt over de nieuwe arbeidsovereenkomst of een verlenging van de bestaande overeenkomst, zodat de arbeidsovereenkomst van rechtswege is geëindigd op 17 juli 2022.

Oordeel

Voor zover werknemer stelt dat Albert Heijn heeft medegedeeld dat hij een jaar mag blijven doorwerken onder gelijkblijvende arbeidsvoorwaarden, volgt de kantonrechter werknemer daarin niet. Albert Heijn heeft gemotiveerd weersproken dat de door werknemer gestelde toezegging voor wat betreft de gelijkblijvende arbeidsvoorwaarden is gedaan en werknemer heeft geen nadere onderbouwing overgelegd waaruit deze toezegging blijkt. Bovendien acht de kantonrechter een dergelijke toezegging ook niet logisch, gelet op de voorwaarden genoemd in het door Albert Heijn opgestelde memo van 14 februari 2022, waarin staat dat bij doorwerken na de AOW-gerechtigde leeftijd een nieuw dienstverband wordt afgesloten. Ook volgt uit de correspondentie die na 25 maart 2022 heeft plaatsgevonden tussen werknemer en Albert Heijn, dat Albert Heijn steeds uitgaat van een nieuw contract, zonder behoud van rechten. Uit de correspondentie tussen werknemer en Albert Heijn volgt tevens dat werknemer het aanbod van een nieuwe arbeidsovereenkomst keer op keer heeft afgewezen, of heeft gesteld dat een nieuwe arbeidsovereenkomst een ongewijzigde voortzetting zou moeten zijn van zijn oude contract. Daarmee staat vast tussen partijen geen overeenstemming is bereikt over de vorm van het contract. Evenmin hebben partijen naar het oordeel van de kantonrechter overeenstemming bereikt over de beloning.

Arbeidsovereenkomst (stilzwijgend) verlengd?

Vaststaat dat op grond van de toepasselijke cao de arbeidsovereenkomst van werknemer eindigt bij het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd. Dit betekent dat de arbeidsovereenkomst op 17 juli 2022 van rechtswege is geëindigd. In haar e-mail van 13 juli 2022 heeft Albert Heijn duidelijk aan werknemer kenbaar gemaakt dat hij niet mag komen werken tot het nieuwe contract in orde is en getekend is. Albert Heijn heeft werknemer bij gebrek aan een getekende overeenkomst ook niet op 21 juli 2022 toegelaten om werkzaamheden te verrichten. Los daarvan geldt dat als werknemer al voor Albert Heijn zou hebben gewerkt na 17 juli 2022 er nog steeds geen wilsovereenstemming bestond tussen partijen over de voortzetting van de arbeidsovereenkomst, zodat ook in dat geval geen sprake kan zijn van een stilzwijgende voortzetting van de arbeidsovereenkomst.