Rechtspraak
Rechtbank Rotterdam (Locatie Rotterdam), 22 juli 2024
ECLI:NL:RBROT:2024:6856
Feiten
Werknemer is op zaterdag 13 augustus 2022 tijdens de uitoefening van zijn werkzaamheden als opdrachtnemer voor Machinefabriek Rotterdam aan boord van het schip ‘Navitas’ bij het afdalen van een trap, toen hij aan het videobellen was, gevallen. Daarbij heeft werknemer zijn rechteronderbeen gebroken. De gemachtigde van werknemer heeft Machinefabriek Rotterdam aansprakelijk gesteld voor het ongeval. De aansprakelijkheidsverzekeraar van Machinefabriek Rotterdam, Ergo, heeft de aansprakelijkheid afgewezen. Werknemer verzoekt om voor recht te verklaren dat Machinefabriek Rotterdam aansprakelijk is voor de materiële en immateriële schade die hij lijdt en heeft geleden als gevolg van het bedrijfsongeval dat op 13 augustus 2022 heeft plaatsgevonden en dat Ergo gehouden is om de schade rechtstreeks aan hem te vergoeden. Daarnaast heeft werknemer verzocht om Machinefabriek Rotterdam te veroordelen in de kosten van het deelgeschil, begroot op € 8.232,84.
Oordeel
Het gaat om de vraag of Machinefabriek Rotterdam op grond van artikel 7:658 BW aansprakelijk is voor de schade die werknemer stelt te hebben geleden en thans nog lijdt als gevolg van het onderhavige arbeidsongeval. Tussen partijen is niet in geschil dat werknemer als gevolg van het ongeval zijn rechteronderbeen heeft gebroken. De vraag is of Machinefabriek Rotterdam heeft voldaan aan de zorgplicht. Machinefabriek Rotterdam heeft onbetwist gesteld dat werknemer zeer ervaren is, dat hij allerhande werkzaamheden voor Machinefabriek Rotterdam verrichtte en dat hij op geen enkele wijze te kennen heeft gegeven dat hij de klus niet zou kunnen verrichten of liever niet zou doen. Hij heeft de opdracht op zaterdag direct geaccepteerd en is kort daarna naar Machinefabriek Rotterdam gegaan voor het uitvoeren van de klus. De dag voor het ongeval had werknemer al in opdracht van Machinefabriek Rotterdam de oude waterpomp op het schip afgesloten en gedemonteerd en de nieuwe waterpomp geplaatst. De kantonrechter gaat dan ook voorbij aan de stelling van werknemer dat de opdracht niet tot zijn gebruikelijke werkzaamheden behoorde. Kort voor het ongeval was werknemer de trap van het schip opgelopen om te zoeken naar de handleiding voor het aansluiten van de waterpomp. Toen hij die niet kon vinden, wilde werknemer de trap weer aflopen en is hij gevallen. Ondertussen was hij aan het videobellen met X. Machinefabriek Rotterdam heeft onbetwist gesteld dat de trap op het schip is gebouwd volgens de voorschriften van de Inspectie Leefomgeving en Transport en dat de trap was voorzien van maatregelen om uitglijden/vallen te voorkomen; de trap had een leuning en was voorzien van een antislipprofiel op elke trede. Uitgangspunt is dan ook dat de trap voldeed aan de daaraan te stellen eisen en dat Machinefabriek Rotterdam niet gehouden was om aanvullende veiligheidsmaatregelen ten aanzien van (het gebruik door werknemer van) de trap te treffen. Dat bij het betreden of afgaan van een trap, die op zichzelf veilig is, de nodige voorzichtigheid in acht moet worden genomen ligt zo voor de hand, ook in niet-werkgerelateerde situaties, dat een werkgever/opdrachtgever daarvoor niet apart hoeft te waarschuwen. Werknemer was bovendien bekend met de situatie op het schip. Tussen partijen staat vast dat werknemer altijd veiligheidsschoenen droeg tijdens zijn werkzaamheden voor Machinefabriek Rotterdam. Desondanks is werknemer op 13 augustus 2022 op sportschoenen aan het werk gegaan. Niet in geschil is dat de bewuste trap ook wordt gebruikt door de bewoners (met kinderen) van het schip tijdens een vaart. Zij dragen normale schoenen op het schip en bij het betreden van de trap. Verder is van belang dat de trap op 13 augustus 2022 droog was; het regende niet en het had de dag daarvoor ook niet geregend. Bovendien lag het schip stil in de werf. Van deining was dus geen sprake. Het voorgaande leidt tot het oordeel dat Machinefabriek Rotterdam heeft voldaan aan de op haar rustende zorgplicht De conclusie is dan ook dat de door werknemer verzochte verklaring voor recht dat Machinefabriek Rotterdam aansprakelijk is voor het ongeval wordt afgewezen.