Naar boven ↑

Rechtspraak

werkneemster/Stichting Evean Zorg
Rechtbank Noord-Holland (Locatie Zaanstad), 23 juli 2024
ECLI:NL:RBNHO:2024:7864
Loonstop onterecht opgelegd. Werkgeefster heeft met het direct toezenden van een eenzijdig opgestelde bijstelling van het plan van aanpak en het enkele dagen daarna oproepen voor het verrichten van re-integratiewerkzaamheden na een gewijzigd advies van de bedrijfsarts de (verkeerde) toon gezet.

Feiten

Werkneemster werkt als verzorgende in de waakzorg gedurende de nacht bij Stichting Evean Zorg (hierna: Evean). Sinds 21 november 2022 is werkneemster arbeidsongeschikt. Op 4 januari 2024 heeft de bedrijfsarts geoordeeld dat werkneemster in staat is tot het verrichten van administratief werk, op een goed met het openbaar vervoer bereikbare locatie. Naar aanleiding hiervan en het bijgestelde plan van aanpak heeft Evean werkneemster opgeroepen zich op 15 januari 2024 te melden voor re-integratiewerkzaamheden op locatie. Omdat werkneemster het bijgestelde plan van aanpak niet had geretourneerd en zich op 15 januari 2024 niet had gemeld, heeft Evean werkneemster een officiële waarschuwing gegeven. Op 17 januari 2024 heeft Evean werkneemster wederom een officiële waarschuwing gegeven. Op 25 januari 2024 is werkneemster op verzoek van Evean langsgekomen met haar partner om een gesprek te voeren over de re-integratie. Omdat de partner van werkneemster – wat eerder aan werkneemster is medegedeeld – niet bij het gesprek aanwezig mocht zijn, is werkneemster naar huis gegaan. Evean heeft vervolgens een loonstop toegepast wegens het weigeren mee te werken aan de re-integratie. De loonstop is op 19 februari 2024, nadat werkneemster het plan van aanpak alsnog had ondertekend, beëindigd. In een deskundigenoordeel van het UWV van 13 juni 2024 is geoordeeld dat werkneemster voldoende meewerkt aan haar re-integratie. In onderhavige kortgedingprocedure vordert werkneemster onder andere achterstallig salaris over de periode januari tot en met april 2024 en achterstallig salaris over de periode 2020 tot en met 2023. Ook vordert werkneemster afgifte van correcte salarisspecificaties over de maanden september, november en december 2023 en gecorrigeerde jaaropgaven over de jaren 2020 tot en met 2023. Werkneemster legt daaraan ten grondslag dat Evean, gelet op het oordeel van het UWV, ten onrechte een loonstop heeft opgelegd.

Oordeel

De kantonrechter oordeelt als volgt. Evean was niet gerechtigd de loonstop op te leggen. Vanaf het moment dat werkneemster ziek werd, heeft zij niet meer gewerkt. Het oordeel van de bedrijfsarts van 4 januari 2024, meer dan een jaar na de ziekmelding, betrof een wezenlijke verandering in de situatie tot dan toe. Van Evean als werkgever mocht worden verwacht dat hij met werkneemster in gesprek zou gaan over de invulling van de re-integratie. Daarentegen heeft Evean werkneemster direct een eenzijdig opgestelde bijstelling van het plan van aanpak toegezonden en werkneemster opgeroepen voor het verrichten van re-integratiewerkzaamheden enkele dagen daarna. Hij heeft daarmee de toon direct gezet. De daarna gegeven officiële waarschuwingen waren voorbarig en niet op zijn plaats. Werkneemster kan wel worden verweten dat zij op 25 januari 2024 met haar partner is verschenen, terwijl zij ervoor is gewaarschuwd dat niet te doen. Het is echter Evean die de reeds gespannen onderlinge verhouding (nog) meer op scherp heeft gezet waardoor het voorstelbaar is dat werkneemster niet alleen op het gesprek bij Evean wilde verschijnen. Het is derhalve aannemelijk dat in de bodemprocedure wordt geoordeeld dat de loonstop ten onrechte is opgelegd, zodat Evean het salaris over de periode 25 januari tot 19 februari 2024, vermeerderd met de wettelijke verhoging en wettelijke rente, dient te betalen.  Evean zal ook worden veroordeeld tot vergoeding van de kosten voor het deskundigenoordeel van € 100. Hoewel de inhoud van dat deskundigenoordeel niet van doorslaggevend gewicht is geweest voor het oordeel, heeft de onterecht toegepaste loonstop werkneemster er wel toe genoodzaakt zich te wenden tot het UWV. Ook is Evean over de periode 19 februari 2024 tot en met april 2024 nog 11,1 uur aan salaris, vermeerderd met de wettelijke verhoging en wettelijke rente, aan werkneemster verschuldigd. De kantonrechter ziet echter onvoldoende aanknopingspunten om een concreet bedrag aan het loon over de periode 19 februari 2024 tot en met april 2024 toe te kennen. Ook de vordering tot betaling van achterstallig loon over de periode van 2020 tot en met 2023 komt in dit kort geding niet voor toewijzing in aanmerking, omdat werkneemster ten aanzien van deze vordering niet aan de op haar rustende stelplicht heeft voldaan. Wel is Evean, op straffe van een dwangsom, verplicht correcte en volledige salarisspecificaties te verstrekken, wat zij tot nu toe niet heeft gedaan. Van een werknemer hoeft namelijk niet te worden verwacht dat deze zelf in loonstaten op zoek gaat naar hoe het precies zit. Tot slot dient Evean, op straffe van een dwangsom, gecorrigeerde jaaropgaven over 2020 t/m 2023 te verstrekken.