Naar boven ↑

Rechtspraak

werknemer/werkgeefster
Rechtbank Noord-Nederland (Locatie Leeuwarden), 3 juli 2024
ECLI:NL:RBNNE:2024:3199
Geen billijke vergoeding of schadevergoeding ex artikelen 7:658 of 7:611 BW na ontslag wegens langdurige arbeidsongeschiktheid.

Feiten

Werknemer is op 1 maart 2012 in dienst getreden bij TSM B.V. in de functie van vlootinspecteur, met een salaris van € 4.652 bruto per maand. Begin 2015 heeft TSM besloten om twee nieuwe veerboten aan te schaffen en de bouw daarvan uit te laten voeren door een scheepswerf in Vietnam. Op 14 juni 2016 is tussen partijen een (tijdelijke) wijziging van de arbeidsovereenkomst overeengekomen. Werknemer kreeg met ingang van 15 juli 2016 de functie van projectleider bouwtoezicht voor de duur van het nieuwbouwproject in Vietnam. Zijn loon werd gedurende dit project verhoogd naar € 6.500 bruto per maand, en deze verhoging is in duur een aantal keer verlengd. Per 1 januari 2022 keerde werknemer weer terug bij TSM in de functie van vlootinspecteur, en daarmee kwam de nieuwbouwtoeslag te vervallen en keerde hij terug naar het reguliere salaris. Volgens TSM is afgesproken dat werknemer per 1 juli 2021 24 uur per week ging werken (in plaats van 36 uur per week) in de functie van projectcoördinator. Medio januari 2021 meldde werknemer bij TSM dat het niet goed met hem ging, waarbij hij aangaf dat hij het nieuwbouwproject niet uit zijn hoofd kreeg en hij er maar over bleef malen. Op 18 februari 2021 is werknemer volledig uitgevallen voor zijn werkzaamheden. De bedrijfsarts stelt op 19 april 2021 vast dat er sprake is geweest van langdurige overbelasting op het werk. Hierna blijft werknemer last houden van burn-outklachten, en wordt zonder vrucht onderhandeld over een vertrekregeling. Het UWV heeft op 22 maart 2023 aan TSM toestemming gegeven om de arbeidsovereenkomst met werknemer op te zeggen wegens langdurige arbeidsongeschiktheid. TSM heeft de arbeidsovereenkomst bij brief van 27 maart 2023 opgezegd met ingang van 1 juni 2023. Werknemer verzoekt de kantonrechter voor recht te verklaren dat zijn arbeidsomvang bij TSM per 1 juli 2021 niet 24 uur bedraagt, maar dat zijn arbeidsomvang gedurende zijn gehele arbeidsongeschiktheidsperiode tot het einde van zijn arbeidsovereenkomst 36 uur per week is geweest. Tevens verzoekt werknemer de kantonrechter TSM te veroordelen tot betaling van achterstallig loon, de resterende transitievergoeding, een billijke vergoeding en voor het geval het verzoek om een billijke vergoeding wordt afgewezen of de billijke vergoeding de schade van werknemer niet volledig vergoedt, voor recht te verklaren dat TSM tekortgeschoten is in haar verplichting als werkgever als bedoeld in artikel 7:658 BW en/of artikel 7:611 BW en aansprakelijk is voor de schade van werknemer, nader op te maken bij staat. TSM voert verweer.

Oordeel

Bij de beoordeling van het beroep op een wilsgebrek ex artikel 3:34 BW, zoals werknemer heeft gedaan, is uitgangspunt dat uit de artikelen 3:33 en 3:35 BW volgt dat TSM er in beginsel op mocht vertrouwen dat de verklaring van werknemer overeenstemde met zijn wil (ten aanzien van de overeengekomen urenvermindering). Het is aan werknemer om, naast het stellen ervan, in ieder geval aannemelijk te maken dat sprake was van discrepantie tussen wil en verklaring. Naar het oordeel van de kantonrechter is werknemer hier niet in geslaagd. In de gedingstukken is geen steun te vinden voor het oordeel dat werknemer vanwege zijn psychische toestand zijn wil niet heeft kunnen bepalen toen hij de urenvermindering mondeling en schriftelijk met TSM overeenkwam. Dat de bedrijfsarts in haar verslag van 12 februari 2024 schrijft dat in het algemeen gesteld kan worden dat tijdens een burn-out geen rationele keuzes gemaakt kunnen worden en dat dit iets is wat zij haar patiënten ook altijd afraadt, is gelet op de algemene strekking en het abstract-theoretische gehalte daarvan, ontoereikend. De kantonrechter ziet ook in het rapport van Ergatis geen aanknopingspunten waaruit kan worden afgeleid dat werknemer dermate geestelijk in de war was dat hij zijn wil niet kon bepalen toen hij met TSM in november 2020 de afspraak maakte dat hij per 1 juli 2021 zou teruggaan naar 24 uur per week. De slotsom van het voorgaande is dat werknemer onvoldoende heeft aangetoond dat zijn wil om de arbeidsduur te verminderen ontbrak.

Billijke vergoeding

Werknemer stelt dat zijn burn-out enkel en alleen is veroorzaakt door de omstandigheden op zijn werk. Dit blijkt volgens werknemer uit het rapport van Ergatis en de probleemanalyse van de bedrijfsarts. Het werken in Vietnam was op zichzelf - ver weg van zijn vrouw en in een onbekende omgeving - al heel belastend en duurde veel langer dan voorzien. TSM ontkent niet dat de werkdruk in Vietnam en later, tijdens de afbouwfase van de veerboten in Nederland, hoog was en dat alles door verschillende tegenslagen veel langer heeft geduurd dan vooraf was voorzien. TSM meent echter dat er niet te veel van werknemer is gevraagd. De kantonrechter stelt vast dat uit de door werknemer overgelegde stukken van de bedrijfsarts en Ergatis blijkt dat de werkomstandigheden bij TSM (mede) een oorzaak kunnen zijn geweest voor het ontstaan van de arbeidsongeschiktheid van werknemer. Aangenomen dat dit inderdaad het geval is, geldt dat dit niet zonder meer betekent dat TSM daarvan een ernstig verwijt kan worden gemaakt. Naar het oordeel van de kantonrechter heeft werknemer, tegenover de betwisting daarvan door TSM, onvoldoende aannemelijk gemaakt dat TSM had moeten begrijpen of weten dat werknemer zodanig werd overbelast dat dit met een grote mate van waarschijnlijkheid zou leiden tot gezondheidsklachten en dat TSM hier proactief op had moeten handelen. Voor wat betreft de handelswijze tijdens ziekte/re-integratie van TSM jegens werknemer is de kantonrechter van oordeel dat niet kan worden vastgesteld dat het handelen of nalaten van TSM in de periode na zijn ziekmelding een relevante factor is geweest in het voortduren van werknemer arbeidsongeschiktheid. Het verzoek om TSM te veroordelen tot een billijke vergoeding zal daarom worden afgewezen.

Schadevergoeding op grond van artikel 7:658 BW

Werknemer verzoekt (subsidiair) om een verklaring voor recht dat TSM tekortgeschoten is in haar verplichtingen als werkgever als bedoeld in de artikel 7:658 BW en dat TSM aansprakelijk is voor de schade van werknemer, nader op te maken bij staat. De kantonrechter is van oordeel dat werknemer het verband tussen zijn psychische klachten en de werkomstandigheden niet heeft aangetoond. De door hem ervaren werkdruk rechtvaardigt niet de conclusie dat de werkdruk ook naar objectieve maatstaven te hoog was of dat hij feitelijk aan een te zware belasting is blootgesteld. De kantonrechter is verder van oordeel dat, zelfs indien wel sprake is van een causaal verband tussen de handelwijze van TSM en de schade van werknemer, TSM haar zorgplicht in de zin van artikel 7:658 lid 2 BW niet heeft geschonden.

Schadevergoeding op grond van artikel 7:611 BW

Er is geen plaats meer voor een vordering op de (algemenere) grondslag van artikel 7:611 BW, die inhoudelijk op dezelfde feiten en omstandigheden steunt die reeds bij de beoordeling van de andere grondslagen zijn meegewogen.