Rechtspraak
Rechtbank Noord-Nederland, 29 mei 2024Feiten
Werknemer is met ingang van 1 oktober 2022 in dienst getreden bij werkgeefster in de functie van bezorger C voor 16 uur per week. In de avond/nacht van 4 op 5 januari 2024 moest werknemer met een vrachtwagen ladingen vervoeren. In een vestiging van werkgeefster stond een partij speciaalbier, dat vrijelijk kon worden meegenomen door het personeel. Werknemer heeft een doos van dit bier meegenomen en in zijn vrachtwagen gezet. Uit camerabeelden is gebleken dat werknemer die nacht eerst tegen een hek en daarna tegen een vangrail is gereden. Hij is vervolgens staande gehouden door de politie en heeft een blaastest moeten doen. Naar aanleiding van deze test is hij aangehouden voor rijden onder invloed en is zijn rijbewijs ingenomen. Op 8 januari 2024 heeft een gesprek tussen werknemer en werkgeefster plaatsgevonden. Na dit gesprek is werknemer op staande voet ontslagen, omdat hij tijdens het uitoefenen van zijn chauffeurswerkzaamheden onder invloed van alcohol verkeerde en daardoor de verkeersveiligheid en de veiligheid van eigendommen van werkgeefster in gevaar heeft gebracht. Bij beslissing van 9 april 2024 van het UWV is werknemer per 1 november 2023 voor 80 tot 100% arbeidsongeschikt verklaard. Werknemer verzoekt primair vernietiging van het ontslag op staande voet. Werknemer heeft gewezen op zijn psychische problematiek en alcoholprobleem en stelt dat hij niet opzettelijk en roekeloos heeft gehandeld.
Oordeel
De kantonrechter oordeelt als volgt. Werknemer heeft ter zitting verklaard dat hij in de bewuste nacht ‘raar werd’ en dorst kreeg en een van de flesjes bier die hij had meegenomen heeft gepakt en leeggedronken. Daarna kan hij zich niets meer herinneren. Hij heeft daarna meer gedronken, maar weet dat niet meer. Hij meent dat de politie een alcoholpromillage van 1,79 heeft geconstateerd. Werkgeefster heeft gesteld dat er tien lege of aangebroken bierflesjes in de vrachtwagen zijn aangetroffen. Werknemer heeft verder gewezen op zijn psychische problematiek en op een alcoholprobleem. Werkgeefster heeft daartegen aangevoerd dat zij niet bekend was met de alcoholproblematiek van werknemer. Zij wist van eerdere arbeidsongeschiktheid van werknemer, maar diagnoses worden door het UWV niet bekendgemaakt. Ook in het gesprek van 8 januari 2024 heeft werknemer volgens haar niet gesproken over een alcoholprobleem. De kantonrechter stelt vast dat werknemer ter zitting niet meer duidelijkheid heeft kunnen verschaffen over hetgeen zich precies in de bewuste nacht heeft afgespeeld. Kennelijk had werknemer al langere tijd te kampen met een alcoholverslaving en algemeen wordt dit als een ziekte aangemerkt. Ook als wordt aangenomen dat de ziekte werknemer niet kan worden verweten, maakt dat nog niet dat daardoor de geldigheid van de dringende reden wordt aangetast. Waar het hier om gaat, is dat werknemer tijdens de rit als chauffeur bier is gaan drinken – waardoor hij onder invloed is komen te verkeren en de veiligheid (ook van derden) in gevaar heeft gebracht en ook daadwerkelijk schade heeft veroorzaakt – terwijl hij een andere keuze had kunnen en moeten maken. Daarnaar gevraagd heeft werknemer werkgeefster niet geïnformeerd over zijn problematiek, zodat deze daarmee ook geen rekening kon houden bij haar afwegingen omtrent het ontslag. Verder geldt dat werkgeefster in haar personeelshandboek duidelijke regels heeft gesteld omtrent het onder invloed zijn tijdens het werk en de consequenties daarvan, nog afgezien ervan dat als algemeen bekend mag worden verondersteld dat alcoholgebruik en het besturen van een motorvoertuig niet samengaan. Het ontslag op staande voet is rechtsgeldig gegeven. Voor toewijzing van de transitievergoeding is geen aanleiding, omdat de handelwijze van werknemer als ernstig verwijtbaar kan worden aangemerkt. Afwijzing van de verzoeken volgt.
advocaten: A.A. Kootstra en M.M. Floors