Rechtspraak
Rechtbank Gelderland (Locatie Nijmegen), 19 april 2024
ECLI:NL:RBGEL:2024:5526
Feiten
Werkneemster (tevens verweerster in reconventie) is op 1 september 2014 in dienst getreden bij Quality Dental B.V. (tevens eiser in reconventie) als mondhygiëniste op grond van een arbeidsovereenkomst voor laatstelijk onbepaalde tijd. Werkneemster vervulde haar functie voor 24 uur per week tegen een brutomaandsalaris van € 2.034,11. Werkneemster is in het najaar van 2020 met zwangerschapsverlof gegaan. Na afloop van het zwangerschapsverlof heeft zij zich ziekgemeld bij Quality Dental in verband met psychische klachten. Partijen zijn vervolgens in een discussie geraakt over de vraag of werkneemster al dan niet in staat was om haar werkzaamheden te hervatten. Uiteindelijk hebben partijen besloten om de arbeidsovereenkomst met wederzijds goedvinden te beëindigen door middel van een vaststellingsovereenkomst. De vaststellingsovereenkomst is opgesteld door de gemachtigde van Quality Dental. Partijen hebben een geschil over de vraag hoe twee artikelen van de vaststellingsovereenkomst moeten worden uitgelegd, met name waar het gaat om het begrip ‘dienstverband’. Quality Dental is van mening dat werkneemster op 8 januari 2023 een eenmanszaak is gaan drijven en dat vanaf die datum geen loon meer is verschuldigd en dat zij daardoor ook geen recht heeft op de contractueel overeengekomen beëindigingsvergoeding. Quality Dental beroept zich op onverschuldigde betaling en vordert werkneemster te veroordelen tot terugbetaling. Werkneemster vordert Quality Dental te veroordelen tot betaling van de beëindigingsvergoeding en openstaande vakantiedagen en vakantiegeld.
Oordeel
Omdat partijen het niet eens zijn over de uitleg van het beding, moet de kantonrechter het beding uitleggen aan de hand van de zogenoemde Haviltexnorm. Daarbij gaat het doorgaans niet alleen om de letterlijke tekst van een overeenkomst, maar ook om de vraag welke betekenis partijen in de gegeven omstandigheden over en weer redelijkerwijs aan deze bepaling mochten toekennen en wat zij redelijkerwijs van elkaar mochten verwachten. De kantonrechter acht het begrip ‘dienstbetrekking’ zuiver taalkundig niet voor meerderlei uitleg vatbaar. Een dienstbetrekking is een arbeidsverhouding die is gebaseerd op een overeenkomst tussen een werkgever en een werknemer over de manier waarop de werknemer tegen betaling werk verricht. Werkzaamheden als een zzp’er worden (in de regel) op basis van een overeenkomst van opdracht uitgevoerd, zodat deze werkzaamheden niet onder het begrip ‘dienstverband’ begrepen dienen te worden. Tussen partijen staat vast dat zij niet hebben onderhandeld over de (inhoud van de) betreffende bedingen in de vaststellingsovereenkomst. De gemachtigde van Quality Dental heeft desgevraagd een beëindigingsvoorstel gedaan door middel van de door hem opgestelde vaststellingsovereenkomst, welk voorstel werkneemster direct heeft aanvaard. Er zijn geen feiten en omstandigheden gesteld waaruit moet worden afgeleid dat zij ondanks de inhoud en strekking van de betreffende bedingen moest of kon begrijpen dat Quality Dental onder het begrip ‘dienstbetrekking’ ook het te vergaren inkomen als zzp’er bedoelde, noch dat Quality Dental er gerechtvaardigd van uit mocht gaan dat werkneemster dit begreep of behoorde te begrijpen. Indien Quality Dental het vergaren van inkomen als zzp’er (of een concreet uitzicht daarop) ook als reden voor voortijdige beëindiging van de arbeidsovereenkomst had willen overeenkomen, had het op haar weg gelegen dat kenbaar te maken en dienaangaande (ook) een voorbehoud op te nemen in de vaststellingsovereenkomst. Dat zij dit heeft nagelaten dient, mede gelet op het feit dat de vaststellingsovereenkomst door de gemachtigde van Quality Dental is opgesteld, voor haar rekening en risico te blijven. Een beroep op dwaling door Quality Dental slaagt niet. De conclusie is dan ook dat werkneemster niet in strijd heeft gehandeld met de vaststellingsovereenkomst, waardoor de arbeidsovereenkomst op 31 mei 2023 ten einde is gekomen. De primair gevorderde verklaring voor recht wordt daarom afgewezen. Hetzelfde geldt voor de subsidiaire vordering nu de gestelde nadelige gevolgen voor rekening en risico van Quality Dental dienen te blijven. De vorderingen van werkneemster worden toegewezen.