Naar boven ↑

Rechtspraak

werkneemster/B.E.B. Zorg B.V.
Rechtbank Rotterdam (Locatie Rotterdam), 28 augustus 2024
ECLI:NL:RBROT:2024:8252
Werkneemster heeft geen aanspraak op aanzegvergoeding. Wel toewijzing gedeeltelijke wettelijke verhoging.

Feiten

Werkneemster is op basis van een jaarcontract per 1 mei 2023 in dienst getreden bij B.E.B. Zorg B.V. (hierna B.E.B. Zorg) in de functie van helpende voor 20 uur per week tegen een laatstelijk geldend salaris van € 1.416,13 bruto per maand. Wegens ziekte was zij verhinderd om de werkzaamheden te verrichten in de periode van 28 juni 2023 tot en met 9 juli 2023. In de periode van 10 juli 2023 tot 23 juli 2023 heeft zij gedeeltelijk de werkzaamheden verricht en met ingang van 21 augustus 2023 is werkneemster wegens ziekte weer volledig uitgevallen. Nadien heeft zij niet meer gewerkt bij B.E.B. Zorg totdat de arbeidsovereenkomst per 1 mei 2024 van rechtswege is afgelopen. Werkneemster maakt aanspraak op de aanzegvergoeding omdat zij van mening is dat B.E.B. Zorg heeft nagelaten haar schriftelijk aan te zeggen. Wegens te late salarisbetalingen verzoekt werkneemster de wettelijke verhoging. B.E.B. Zorg stelt dat zij wel aan de aanzegverlichting heeft voldaan. Ook heeft zij uitgelegd waarom de salarisbetalingen later hebben plaatsgevonden.

Oordeel

Aanzegging

Partijen zijn het erover eens dat B.E.B Zorg werkneemster niet per afzonderlijke brief heeft geïnformeerd over het feit dat zij de arbeidsovereenkomst na 1 mei 2024 niet langer wilde voortzetten. Het tussen partijen gerezen geschil spitst zich toe op de vraag of de mededeling in de vaststellingsovereenkomst aangemerkt moet worden als een schriftelijke aanzegging van het niet voortzetten van de arbeidsovereenkomst. Uit de reactie van werkneemster blijkt dat zij kennis heeft genomen van de schriftelijke mededeling van B.E.B. Zorg dat zij niet tot verlenging zou overgaan. Dat die mededeling is gedaan in een vaststellingsovereenkomst waarover partijen uiteindelijk geen overeenstemming hebben bereikt doet niet af aan de schriftelijkheid van de mededeling, zeker nu die mededeling is opgenomen in de considerans van de vaststellingsovereenkomst en dus niet in de passage waarover partijen overeenstemming moesten zien te bereiken. Gezien bedoelde mededeling in de considerans is naar het oordeel van de kantonrechter voldaan aan het schriftelijkheidsvereiste en bestaat voor toewijzing van de aanzegvergoeding geen grond.

Wettelijke verhoging

Naar het oordeel van de kantonrechter komt de te late betaling van de eindafrekening voor rekening en risico van B.E.B. Zorg. Zij heeft de fout van de boekhouder niet kunnen onderbouwen en bijvoorbeeld niet kunnen verklaren waarom een bedrag tot decimalen achter de komma is betaald. Ook in het geval dat aangenomen wordt dat de te late betaling te wijten is aan een fout van de boekhouder, komt die fout voor rekening en risico van B.E.B. Zorg. De kantonrechter acht het in de gegeven omstandigheden redelijk om een bedrag van € 500 bruto aan wettelijke verhoging toe te wijzen. De wettelijke verhoging met betrekking tot het salaris over de maand november 2023 wordt op nihil gesteld, hetgeen ook geldt voor de loonsverhoging van 5% per 1 oktober 2023 en de onregelmatigheidstoeslag.