Naar boven ↑

Rechtspraak

werknemer/werkgeefster
Rechtbank Midden-Nederland (Locatie Almere), 27 september 2024
ECLI:NL:RBMNE:2024:5625
Kort geding. Een radio-DJ, werkzaam bij een commerciƫle radiozender, wil overstappen naar een omroep om in de avonduren een radioprogramma te maken. Er is sprake van concurrerende werkzaamheden. Concurrentiebeding. Vergoeding artikel 7:653 lid 5 BW.

Feiten

Tussen werknemer, werkzaam als DJ bij een commerciële radiozender, en deze radiozender bestaat een arbeidsovereenkomst. Werknemer heeft de wens om over te stappen naar een radiozender van een omroep (NPO Radio 2) om ingaande januari 2025 in de avonduren een nieuw radioprogramma te gaan maken. Volgens werkgeefster overtreedt hij daarmee het concurrentiebeding. Volgens werknemer is van overtreding van het concurrentiebeding geen sprake omdat de radiozender geen concurrent is en omdat deze zender een totaal andere radiozender is dan werkgeefster en gericht is op andere muziek en een heel ander publiek. Werknemer wil daarom dat het concurrentiebeding wordt geschorst primair in zijn geheel en algemeenheid en subsidiair in verband met de indiensttreding bij de omroep. Meer subsidiair vordert hij het beding in duur te beperken. Verder heeft werknemer gevorderd om te bepalen dat werkgeefster na beëindiging van de arbeidsovereenkomst aan hem een billijkheidsvergoeding verschuldigd is voor de periode dat het concurrentiebeding van kracht is.

Oordeel

De kantonrechter is het met werkgeefster eens dat sprake is van concurrerende werkzaamheden, maar vindt dat gezien de belangenafweging werknemer deels, dat wil zeggen voor wat betreft de duur van een half jaar, aan het concurrentiebeding gehouden kan worden. Het concurrentiebeding is rechtsgeldig. Er dient ervan te worden uitgegaan dat werknemer wist waarvoor hij tekende. Anders dan werknemer stelt, kan niet worden geoordeeld dat het concurrentiebeding zo breed is opgesteld dat hij aansluitend op zijn dienstverband bij werknemer nergens in Nederland als radio-DJ aan de slag kan. Dit betekent dat moet worden beoordeeld of werknemer door bij NPO Radio 2 te gaan werken, concurrerende werkzaamheden zal gaan verrichten. De kantonrechter komt tot het oordeel dat NPO Radio 2 een concurrent is van werkgeefster. Naar het oordeel van de kantonrechter heeft werkgeefster voldoende onderbouwd dat er een significante overlap is tussen de luisteraars van haar zender en NPO Radio 2 en dat luisteraars ook eenvoudig overstappen naar andere radiozenders. Daar komt bij dat NPO Radio 2 en de zender van werkgeefster zich richten op dezelfde reclamedoelgroep, te weten luisteraars in de leeftijdsgroep van 20- 50 jaar, die voor de advertentiemarkt uitermate waardevol zijn omdat in die leeftijdscategorie het meest wordt aangeschaft. Daar komt bij dat werknemer een van de getalenteerdste DJ’s in Nederland is, hij zijn werk goed doet en hij voor publiciteit zorgt. In het kader van een belangenafweging oordeelt de kantonrechter dat het aannemelijk is dat het vertrek van werknemer luisteraars en inkomsten zal kosten. Naar het oordeel van de kantonrechter dient er wel een bepaalde periode voorbij te gaan waarin werkgeefster er zeker van mag zijn dat werknemer niet op NPO Radio 2 als DJ is te horen, met name gelet op het risico dat de luisteraars en/of adverteerders met hem “meeverhuizen”. De kantonrechter acht het aannemelijk dat de bodemrechter het concurrentiebeding deels zal vernietigen en beperken in de tijd tot de duur van zes maanden. Het concurrentiebeding wordt geschorst in die zin dat het werknemer is toegestaan de werkzaamheden als DJ bij NPO Radio 2 aan te vangen na het verstrijken van zes maanden. De kantonrechter acht het wel aannemelijk dat werknemer nadeel zal ondervinden van het concurrentiebeding. Er is echter niet gesteld of gebleken dat hij daardoor in onoverkomelijke financiële problemen terecht komt. De vordering tot betaling van een vergoeding wordt afgewezen.