Naar boven ↑

Rechtspraak

werknemer/werkgeefster
Rechtbank Overijssel (Locatie Zwolle), 17 september 2024
ECLI:NL:RBOVE:2024:4870
Werkgever veroordeeld tot betaling van € 179,10 bruto aan achterstallig loon.

Feiten

Werknemer is van 1 juni 2020 tot 1 juni 2023 in dienst geweest bij werkgeefster tegen een salaris van recentelijk € 1578,08 bruto per maand. Werknemer vordert veroordeling van werkgeefster tot betaling aan hem van een bedrag van € 6.876,91 bruto aan salaris, een bedrag van € 2.268,59 bruto aan inzetbaarheidsuren en een bedrag van € 187,88 bruto aan verlof. Op 23 januari 2024 heeft werkgeefster een bedrag van € 9.154,28 bruto / € 4.907,90 netto aan werknemer betaald en zij stelt daarmee aan haar betalingsverplichting te hebben voldaan.

Oordeel

De kantonrechter overweegt dat partijen van mening verschillen over de bedragen waar werknemer nog recht op heeft. Werknemer heeft zijn gevorderde bedragen met berekeningen onderbouwd. Werkgeefster heeft weliswaar de loonstroken van de in januari 2024 betaalde bedragen overgelegd, maar niet toegelicht hoe de door haar uitbetaalde bedragen van de verschillende posten (achterstallig salaris, verlofuren en inzetbaarheidsuren) tot stand zijn gekomen. Werkgeefster stelt enkel dat haar accountant de bedragen heeft berekend. Daarmee heeft zij de vordering van werknemer onvoldoende gemotiveerd betwist. De kantonrechter wijst daarom de vorderingen van werknemer toe, zodat werkgeefster nog een bedrag van € 179,10 bruto (in hoofdsom) aan werknemer zal moeten betalen.