Naar boven ↑

Rechtspraak

Werknemer/Culimer c.s.
Gerechtshof Den Haag (Locatie Den Haag), 9 juli 2024
ECLI:NL:GHDHA:2024:1116
Werkneemster moet USD 145.635 schadevergoeding aan haar werkgever betalen.

Feiten

Werkneemster was sinds 2006 in dienst van een vennootschap van de Culimer-groep, aanvankelijk Culimer B.V. Per 14 november 2018 is werkneemster in dienst getreden van Culimer Europe. Uit hoofde van deze dienstbetrekking(en) voerde werkneemster, die de Chinese taal goed beheerst, goeddeels in die taal het algemene dagelijkse management van Culimer China. Werkneemster woont in en werkt vanuit Nederland. Zij heeft ook een aantal jaren vanuit China gewerkt. De grootste klant van Culimer China was vanaf 2013 Ocean Doyen International Trade Co. Ltd., ook aangeduid als Beijing Kangyu Deije International Trade Co. Ltd (hierna: Ocean Doyen). Omstreeks 2019/2020 hebben Culimer c.s. vernomen dat werkneemster en haar vader de aandelen in Ocean Doyen houden. De vader van werkneemster is als bestuurder van Ocean Doyen geregistreerd. Culimer c.s. hebben onderzoek gedaan naar de handelwijze van werkneemster rondom transacties waarbij Ocean Doyen betrokken was. Zij hebben vervolgens aan werkneemster verweten dat zij, in strijd met haar arbeidsovereenkomst, via Ocean Doyen in concurrentie trad met Culimer c.s. door in een keten van koopovereenkomsten Ocean Doyen als tussenkoper onder Culimer China te positioneren, waarbij Ocean Doyen garnalen kocht van Culimer China en doorverkocht aan afnemers in China en daarbij een winstmarge realiseerde die Culimer China zelf had kunnen realiseren als werkneemster het ertoe had geleid dat Culimer China rechtstreeks aan deze afnemers had verkocht zonder tussenkomst van Ocean Doyen. Op 7 juli 2020 heeft Culimer Europe werkneemster op staande voet ontslagen. Ook heeft zij tegen werkneemster aangifte van oplichting en fraude gedaan. Culimer vordert een schadevergoeding van werkneemster vanwege misgelopen winst. De kantonrechter heeft werkneemster veroordeeld tot het betalen van een schadevergoeding ter hoogte van USD 390.000. Werkneemster heeft hoger beroep ingesteld.

Oordeel

Werkneemster komt op tegen het oordeel dat zij tekort is geschoten in de nakoming van haar arbeidsovereenkomst en zij zich niet als goed werkneemster heeft gedragen. Het hof onderschrijft het oordeel van de kantonrechter dat werkneemster, los van het nevenwerkzaamhedenbeding, als goed werkneemster was gehouden de belangen van Culimer (het hof leest: Culimer B.V.) te behartigen en dat zij dat niet heeft gedaan door als manager van Ocean Doyen commercieel actief te zijn op hetzelfde werkterrein als dat van haar werkgeefster en dit te verzwijgen voor haar werkgeefster. Ook in de verhouding tussen Culimer B.V. en werkneemster gold dat, zoals de kantonrechter in de arbeidszaak ten aanzien van Culimer Europe heeft overwogen, de belangen van Culimer B.V. en Ocean Doyen strijdig met elkaar kónden zijn nu beide vennootschappen op hetzelfde vlak commercieel actief waren en Ocean Doyen een grote klant van Culimer China was. Uitgangspunt voor de verdere beoordeling van het hoger beroep is dus de tekortkoming van werkneemster, erin bestaande dat werkneemster Culimer China garnalen voor Ocean Doyen heeft laten inkopen, deze vervolgens heeft doorverkocht met een marge voor Ocean Doyen en voor Ocean Doyen bestellingen heeft gedaan voor king crab en deze vervolgens met een marge heeft verkocht. Het hof concludeert  dat niet kan worden aangenomen dat condicio-sine-qua-non-verband aanwezig is tussen de tekortkoming van werkneemster en het verlies van een kans dat Culimer China ten aanzien van de garnalen dezelfde transacties als Ocean Doyen had kunnen realiseren. Ten aanzien van de king crab heeft Culimer wel schade geleden. Het gaat daarbij om de door werkneemster voor Ocean Doyen bestelde king crab in totaal om vier containers van 11.500 kilo en drie containers van 9.000 kilo. Het hof zal bij het schatten van de schade op basis van de wederzijdse stellingen uitgaan van een verkoopprijs van USD 15 per kilo alsmede van het genoemde percentage van 13,3%, welke uitgangspunten het hof redelijk voorkomen. Werkneemster moet dus een schadevergoeding ter hoogte van USD 145.635 betalen.