Naar boven ↑

Rechtspraak

werknemer/Ineos Styrolution Netherlands BV
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden (Locatie Arnhem), 14 oktober 2024
ECLI:NL:GHARL:2024:6312
Internationale werkgever is tekortgeschoten in de herplaatsingsinspanningen. Toekenning billijke vergoeding van € 109.723,27 bruto en aanvullende bonus van € 13.430 bruto.

Feiten

Ineos Styrolution Netherlands BV (hierna: Ineos) maakt deel uit van de Ineos Group, een wereldwijd concern. Ineos heeft in Nederland geen productielocatie maar wel een administratieve entiteit waar ongeveer twaalf werknemers, onder wie werknemer, in dienst zijn. Zij worden in Nederland verloond, maar zij werken voornamelijk vanuit huis ten behoeve van andere entiteiten binnen de groep. In mei 2023 heeft Ineos een ontslagaanvraag voor werknemer ingediend bij het UWV. De ontslagaanvraag is gebaseerd op organisatorische veranderingen. Het UWV heeft bij besluit van 19 september 2023 geweigerd om aan werkgever toestemming te geven tot opzegging van de tussen partijen bestaande arbeidsovereenkomst. De kantonrechter heeft de arbeidsovereenkomst tussen werknemer en Ineos met ingang van 1 mei 2024 ontbonden. De vordering tot betaling van de bonus heeft de kantonrechter afgewezen. Het doel van het hoger beroep van werknemer is onder meer primair om de arbeidsovereenkomst te laten herstellen dan wel subsidiair Ineos te veroordelen tot betaling van de transitievergoeding, een vergoeding voor de niet-genoten vakantiedagen en een billijke vergoeding van € 109.723,27 bruto. Ook maakt werknemer aanspraak op een bonus over 2023 van € 14.023 bruto.

Oordeel

A-grond

Het hof oordeelt dat Ineos tekort is geschoten in de herplaatsingsinspanningen. De inspanningsplicht van Ineos bij herplaatsing betekent dat zij werknemer in beginsel bij een vacature op een passende functie zal moeten herplaatsen. Dat een vacaturestop geldt, kan aan deze wettelijke verplichting geen afbreuk doen. Daar komt overigens bij dat Ineos heeft opgemerkt dat die vacaturestop alleen van toepassing is voor ‘non-critical hiring’, zonder duidelijk te maken wat daaronder wordt verstaan. Ineos heeft niet onderbouwd dat en welke vacature in een (IT-)functie aan werknemer aangeboden zou zijn. In de UWV-procedure heeft Ineos wel veel internationale vacatures genoemd en niet-passend gevonden maar het hof stelt vast dat die vacatures niet met werknemer zijn besproken. Ineos heeft ook geen herplaatsingsgesprek met werknemer gevoerd, terwijl dat wel van haar gevergd kon worden. Ineos heeft immers tal van de vacatures niet passend gevonden omdat zij ervan uitging dat werknemer niet bereid was om te verhuizen. Naar het oordeel van het hof lag het initiatief bij Ineos om in overleg met werknemer te bezien welke vacatures binnen het wereldwijde concern passend zijn, eventueel met behulp van scholing, en vervolgens intern binnen het concern daarnaar onderzoek te doen. Door dat na te laten, met de rechtvaardiging om geen valse verwachtingen te wekken, heeft Ineos zich niet genoeg ingespannen om tot herplaatsing te komen. Daar komt bij dat ter zitting bij het hof Ineos nog heeft gezegd dat werknemer op IT-functies in Duitsland had kunnen solliciteren. Ineos heeft zich er tijdens de zitting bij het hof tegelijk op beroepen dat zij op grond van Duits recht niet actief Duitse vacatures mocht aanbieden aan werknemer. Los van het feit dat deze stelling verder niet is onderbouwd, passeert het hof die ook op inhoudelijke gronden. Ten slotte heeft werknemer terecht aangevoerd dat vacatures door Ineos eveneens niet-passend werden bevonden omdat die niet digitaal op afstand gedaan zouden kunnen worden, zonder dat daar (steeds) een duidelijke toelichting of onderbouwing voor werd gegeven. Ook ten aanzien van arbeidsplaatsen van andere categorieën werknemers is niet gebleken dat Ineos genoeg heeft gedaan.

Billijke vergoeding

Het hof zal de arbeidsovereenkomst niet herstellen. De kans dat de arbeidsovereenkomst, als die zou worden hersteld, een werkbare invulling zal krijgen wordt namelijk zo laag ingeschat dat herstel geen zinvolle keuze is. Omdat Ineos de hoogte van de verzochte billijke vergoeding niet heeft betwist en het hof dat bedrag ook redelijk voorkomt gezien de uitgangspunten die werknemer hanteert, kent het hof de gevraagde billijke vergoeding toe van € 109.723,27 bruto.

Bonus

Doordat op geen enkele wijze inzichtelijk of controleerbaar is hoe de bonus is berekend en omdat het bedrag over 2023 significant afwijkt van wat jarenlang gebruikelijk was, heeft Ineos onvoldoende gemotiveerd waarom zij geen hogere bonus verschuldigd is. Onweersproken is dat het gemiddelde van de bonus van werknemer over de afgelopen drie jaar op € 14.023 bruto lag. Omdat Ineos al een bedrag van € 593 aan bonus aan werknemer heeft betaald, zal het hof het restant toewijzen, namelijk € 13.430 bruto.