Naar boven ↑

Rechtspraak

werkgeefster/werknemer
Gerechtshof Den Haag (Locatie Den Haag), 23 januari 2024
ECLI:NL:GHDHA:2024:38
Afwikkeling vaststellingsovereenkomst. Werkgever mocht geen kosten voor privégebruik van de auto in mindering brengen op de eindafrekening. Het bedrag van de te betalen kosten voor reiniging en herstel van de auto wordt verlaagd.

Feiten

Werknemer is in 2013 in dienst getreden bij werkgeefster en was laatstelijk werkzaam in de functie van medewerker sales en acquisitie. In de arbeidsovereenkomst zijn aanvullende voorwaarden opgenomen over de beschikbaarstelling van een leaseauto. De arbeidsovereenkomst is bij vaststellingsovereenkomst van 30 november 2021 met wederzijds goedvinden beëindigd per 1 maart 2022.  In de vaststellingsovereenkomst is onder meer een ontslagvergoeding van € 21.500 bruto overeengekomen en de verplichting voor werknemer om de auto schoon en in goede staat in te leveren. Op 28 februari 2022 leverde werknemer de auto in, ogenschijnlijk in nette staat. Op 3 maart meldde een autobedrijf dat de auto als "rokersauto" werd beschouwd, wat de inkoopwaarde met € 1.500 verlaagde. Werkgever meldde op 7 maart aanvullende schade en bovenmatig privégebruik van 6.594 km. Op 31 maart 2022 heeft werkgever een eindafrekening aan werknemer toegestuurd. Op basis van deze eindafrekening heeft werknemer een bedrag van € 4.984,84 netto ingehouden op de ontslagvergoeding die in de vaststellingsovereenkomst was afgesproken. Het bedrag van € 4.984,84 netto dat werkgeefster had ingehouden op de eindafrekening had betrekking op de volgende drie onderdelen: (a) een bedrag van € 1.500 wegens reinigings- en herstelkosten ten aanzien van de bedrijfsauto, (b) een bedrag van € 1.984,84 wegens privégebruik van de bedrijfsauto en (c) een bedrag van € 1.500 wegens de door werkgeefster gestelde overtreding van artikel 7.2 van de arbeidsovereenkomst (“contacten met HBSS en CarpentierMooren”). De kantonrechter heeft het standpunt van werknemer ter zake van het privégebruik van de bedrijfsauto en de contacten HBSS en CarpentierMooren gevolgd en dat ter zake van de reinigings- en herstelkosten van de bedrijfsauto verworpen. In principaal beroep komt werkgeefster op tegen het oordeel over het privégebruik van de bedrijfsauto. Werknemer komt in incidenteel beroep op tegen de afwijzing van zijn standpunt ter zake van de reinigings- en herstelkosten.

Oordeel

Privégebruik auto

De kantonrechter heeft onder meer overwogen dat noch de arbeidsovereenkomst noch de vaststellingsovereenkomst een grondslag biedt voor verrekening van gereden kilometers en dat evenmin is gebleken van eventueel later gemaakte aanvullende afspraken. De grieven van werkgeefster daartegen hebben geen succes. In de arbeidsovereenkomst is niet geregeld welk gevolg verbonden is aan privégebruik boven 5.000 kilometer per jaar. Werknemer heeft betwist dat het de bedoeling van partijen was dat hij voor de ‘extra’ privékilometers een vergoeding zou zijn verschuldigd. De in de arbeidsovereenkomst aangekondigde nadere afspraken omtrent het gebruik van de auto zijn nooit gemaakt. Werkgeefster heeft in het verleden ook nooit kosten voor overschrijding van het aantal privékilometers bij werknemer in rekening gebracht. Reeds op grond van dit een en ander is ook het hof van oordeel dat werkgeefster niet gerechtigd was een bedrag van € 1.984,84 bij de eindafrekening in mindering te brengen. De omstandigheid dat partijen voor het privégebruik van de auto een eigen bijdrage zijn overeengekomen van € 100 per maand brengt hierin geen verandering.

Reinigings- en herstelkosten

De klacht van werknemer dat werkgeefster haar recht heeft verwerkt om voor reinigings-/herstelkosten een bedrag in te houden, faalt. Eveneens faalt de klacht van werknemer dat het bepaalde in artikel 7:661 BW aan aansprakelijkheid in de weg staat op de grond dat de gestelde schade (rokerslucht) niet door zijn opzet of bewuste roekeloosheid is veroorzaakt en artikel 7:661 BW een dwingendrechtelijk karakter heeft. In de vaststellingsovereenkomst hebben partijen immers een van artikel 7:661 lid 1 BW afwijkende regeling getroffen. Werknemer betwist onder meer de hoogte van het door werkgeefster op de eindafrekening in mindering gebrachte bedrag van € 1.500. Hij erkent overigens dat met reiniging en herstel kosten zijn gemoeid tot een bedrag van € 220,83. Het hof acht deze klacht van werknemer gegrond. Partijen zijn in de vaststellingsovereenkomst overeengekomen dat reinigings- of herstelkosten worden verrekend met de eindafrekening. Van werkgeefster mocht daarom worden gevergd inzicht te geven in de hoogte van de reinigings- en herstelkosten als gevolg van de rooklucht in de auto. Zij heeft weliswaar naar voren gebracht dat de kosten van herstel hoger zouden zijn dan het door haar op de eindafrekening in mindering gebrachte bedrag van € 1.500, maar daarmee heeft zij niet het van haar te verlangen inzicht gegeven. Dat wordt niet anders doordat zij dit standpunt baseert op mededelingen van de zijde van de garage waar zij de auto heeft ingeruild. Dat inzicht wordt evenmin in voldoende mate gegeven door haar mededeling ter zitting in eerste aanleg dat ook de hemelbekleding vervangen zou moeten worden. Het hof wijst het bewijsaanbod van werkgeefster ter zake van het bedrag van € 1.500 als te vaag van de hand. Het hof zal het vonnis vernietigen voor zover daarbij de vordering van werknemer tot betaling van € 1.500 (geheel) is afgewezen en werkgeefster alsnog veroordelen tot betaling van € 1.278,17 (€ 1.500 - € 220,83), te vermeerderen met de wettelijke rente.