Naar boven ↑

Rechtspraak

Werknemer/Benzies Logistics B.V.
Rechtbank Amsterdam (Locatie Amsterdam), 15 oktober 2024
ECLI:NL:RBAMS:2024:6483
Werknemer verzoekt een billijke vergoeding, omdat werkgeefster in strijd met artikel 7:671 lid 1 BW zou hebben opgezegd. Het verzoek wordt afgewezen, omdat werknemer zelf rechtsgeldig ontslag heeft genomen.

Feiten 

Werknemer is sinds 31 augustus 2023 in dienst bij Benzies Logistics B.V. (Benzies) als koerier. Op 12 juni 2024 heeft werknemer zich ziek gemeld. Op diezelfde dag heeft werknemer een bericht gestuurd naar Benzies met het verzoek om af te spreken. Dit gesprek heeft de volgende dag plaatsgevonden. Op diezelfde dag heeft Benzies zowel per e-mail als via aangetekende post de mondelinge opzegging, die door de werknemer tijdens het gesprek was gedaan, bevestigd. Op 7 juni 2024 heeft werknemer zijn bedrijfseigendommen bij Benzies ingeleverd. Werknemer verzoekt de kantonrechter Benzies, onder meer, te veroordelen tot betaling van een billijke vergoeding. Werknemer stelt daartoe dat Benzies in strijd met artikel 7:671 lid 1 BW heeft opgezegd, dan wel wegens het ontbreken van een dubbelzinnige opzegging, dan wel wegens schending van het opzegverbod tijdens ziekte.

Oordeel

De kantonrechter oordeelt als volgt. Werknemer heeft tijdens het gesprek van 13 juni 2024 duidelijk en ondubbelzinnig de arbeidsovereenkomst opgezegd. Dit blijkt uit de schriftelijke verklaringen van verschillende medewerkers van Benzies. Daarnaast blijkt uit de omstandigheden dat werknemer zich feitelijk naar het vrijwillige ontslag is gaan gedragen. Zo heeft werknemer drie weken na het gesprek zijn bedrijfseigendommen ingeleverd. Daarnaast is hij pas een maand na ontvangst van de schriftelijke bevestiging van zijn ontslag in protest gegaan. Bovendien mocht Benzies gerechtvaardigd vertrouwen op de verklaring van werknemer. Gesteld noch gebleken is dat werknemer in een hevige gemoedstoestand verkeerde of handelde onder invloed van een stoornis van zijn geestvermogens. Daarnaast heeft werknemer de stelling van Benzies, dat zij juist het dienstverband met werknemer wenste voort te zetten gezien de krapte op de arbeidsmarkt in zijn functie en de zomerpiek, onweersproken gelaten. Ook heeft werknemer zich gedragen alsof de arbeidsovereenkomst was beëindigd. Hij is niet meer op werk verschenen, heeft afscheid genomen van zijn collega’s en heeft zijn bedrijfseigendommen ingeleverd. Geconcludeerd moet worden dat werknemer vrijwillig ontslag heeft genomen. Hierdoor wordt niet toegekomen aan de beantwoording van de vraag of Benzies in strijd met de wettelijke voorschriften heeft opgezegd. Ook kan er dus geen sprake zijn van ontbinding die het gevolg is van ernstig verwijtbaar handelen van Benzies. Tot slot heeft Benzies niet opgezegd in strijd met het opzegverbod tijdens ziekte. Een werknemer kan immers zelf ontslag nemen als hij ziek is. Werknemer wordt in het ongelijk gesteld en dat betekent dat hij veroordeeld zal worden in de proceskosten.