Rechtspraak
Rechtbank Amsterdam (Locatie Amsterdam), 7 november 2024
ECLI:NL:RBAMS:2024:6791
Feiten
Werknemer is bij tussenbeschikking in de gelegenheid gesteld nader te onderbouwen dat sprake was van een werkweek van 40 uur. Werknemer heeft gesteld dat hij de urenomvang niet kan onderbouwen aan de hand van de uitbetaalde facturen van werknemer en/of de kassa-uitdraaien van Menspire B.V., omdat hij niet beschikt over de kassa-uitdraaien en daarin bovendien geen rekening wordt gehouden met allerlei niet-declarabele werkzaamheden. Om die reden heeft werknemer de incheck- en uitchecktijden van zijn NS Reizigers Business Card c.q. de printscreens van zijn parkeerapp overgelegd. Hieruit kan worden afgeleid hoe lang hij werkzaam was c.q. training volgde. Werknemer heeft de urenomvang summier afgerond naar 46 uur per week, terwijl ook nog rekening zou moeten worden gehouden met een half uur openingstijd en een half uur sluitingstijd, acquisitiewerkzaamheden en wachttijd tussen klanten. Menspire betwist dat er rekening moet worden gehouden met een arbeidsomvang van 46 uur per week.
Oordeel
Werknemer heeft naar het oordeel van de kantonrechter voldoende onderbouwd dat vanaf de genoemde uitchecktijd nog slechts rekening moet worden gehouden met een korte looptijd. Dat vanaf deze uitchecktijd rekening moet worden gehouden met een half uur extra reistijd is door Menspire gesteld, maar is niet met concrete feiten en omstandigheden onderbouwd, zodat daarvan niet kan worden uitgegaan. Het standpunt van Menspire dat op de door werknemer berekende urenomvang een half uur per dag in verband met reistijd in mindering moet worden gebracht, wordt daarom niet gevolgd. De kantonrechter stelt daarnaast vast dat in het boekingssysteem vaak niet is vermeld welke activiteit (“title” of “note”) gedurende een bepaalde geblokkeerde tijdsduur werd verricht. Uit het boekingssysteem kan weliswaar worden afgeleid dat werknemer soms een uur (en op 21 december 2023 vijf kwartier), in plaats van een half uur boekte voor “Lunch”, maar daaruit kan zonder nadere onderbouwing, die ontbreekt, niet worden afgeleid dat werknemer dagelijks anderhalf uur pauzeerde, zoals Menspire stelt. Het standpunt van Menspire dat op de door werknemer berekende urenomvang gemiddeld één uur onbetaalde (lunch)pauze per dag in mindering moet worden gebracht, wordt daarom evenmin gevolgd. Met inachtneming van al het voorgaande wordt geoordeeld dat het redelijk voorkomt uit te gaan van een (gemiddelde) werkweek van 45 uur. De vordering van werknemer tot veroordeling van Menspire tot betaling aan werknemer van het achterstallig salaris en de vakantietoeslag op grond van de cao over de gehele looptijd van de arbeidsovereenkomst op basis van een 45-urige werkweek is aldus toewijsbaar. Voorts heeft werknemer recht op een transitievergoeding (€ 877,85) en op grond van artikel 2.4. cao moet de werkgever een boete betalen als hij de arbeidsovereenkomst eenzijdig beëindigt zonder zich te houden aan de wettelijke eisen voor opzegging. Een bedrag van € 2.940,62 bruto is dan ook toewijsbaar. Met inachtneming van het daartoe strekkende toetsingskader is de kantonrechter daarbij van oordeel dat een billijke vergoeding van € 6.000 bruto hier passend is. Op grond van artikel 5.6 onder a cao heeft werknemer recht op vergoeding van de daadwerkelijk gemaakte reiskosten. De hoogte van de door werknemer gestelde reiskosten is door Menspire verder ook niet gemotiveerd betwist. Het gevorderde bedrag van € 3.984,87 exclusief btw is eveneens toewijsbaar. De vordering van werknemer tot veroordeling van Menspire tot afdracht van de sociale premies bij het UWV en van de pensioenpremie bij het Pensioenfonds Kappers over de gehele looptijd van de arbeidsovereenkomst is tot slot eveneens toewijsbaar.